Fundamentele systeemsprong bloembollen

Projecttitel: Fundamentele systeemsprong bloembollen
Projectnummer: LWV19041
Missie: Kringlooplandbouw
MMIP: A2- Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater
Looptijd: 2020 – 2024
Projectleider: Barry Looman

De problemen in de bloembollen zijn groot, vanuit de maatschappij wordt de druk om minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken groter en er is ook een roep om minder residu op de bollen. Aan de andere kant zien we strengere kwaliteitseisen bij de export van de bollen en komen er ook minder middelen beschikbaar. Om deze cirkel te doorbreken is een radicaal andere manier van telen nodig: een ‘systeemsprong’.

In de huidige teeltsystemen worden ziekten en plagen meegenomen in de vervolgteelt, omdat een deel van de oogst weer als uitgangsmateriaal voor de volgende teelt wordt gebruikt (‘cyclisch telen’). Bij de systeemsprong beginnen we met schoon uitgangsmateriaal, gaan dit versneld opkweken onder beschermde en optimale omstandigheden in kassen en tenslotte telen we het buiten nog een jaar af tot een leverbare bol (‘éénrichtingsysteem’).

We werken toe naar een robuuste toekomstbestendige teelt en geven invulling aan de in april 2019 gepubliceerde Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, de gezamenlijke visie van het Ministerie van LNV en het georganiseerd landbouwbedrijfsleven.

Dit project bouwt voort op lopend onderzoek in lelie (‘Vitale Lelie’) in het door LNV gefinancierde programma BO Groene Gewasbescherming. Uit de eerste resultaten bij lelie blijkt dat er door de technologie die voor deze systeemsprong gebruikt wordt, nieuwe mogelijkheden komen om te sturen op de teelt. Hiermee kunnen we de teelt versnellen en optimaliseren. Dit is ook nodig om de duurdere teeltmethode te kunnen bekostigen. Om de mogelijkheden van de technologie in het nieuwe teeltsysteem nog beter te kunnen benutten, is meer kennis van de bloembollenfysiologie nodig. Hoe kunnen we bijvoorbeeld de fotosynthese stimuleren om meer suikers aan te maken? Hoe kunnen we de stroom van die suikers naar de verschillende plantorganen hoofdbol, dochterbolletjes en bloem beïnvloeden, zodat we optimaal kunnen sturen op resp. bolgroei, vermeerdering en bloemproductie? Hoe kunnen we het afsterven van het blad beheersen zodat een plant langer fotosynthetisch actief blijft? Kunnen we andere, betere vormen van vermeerdering vinden, waardoor we efficiënter aan schoon en vitaal uitgangsmateriaal kunnen komen?

Dit project zal worden uitgevoerd met tulp, Zantedeschia, Hippeastrum en narcis. Er zal nauw worden samengewerkt met het Vitale Lelie-project en, indien het dit najaar 2019 wordt gegund door de Provincie Zuid-Holland in het kader van POP3, het project Vitale Hyacint.

De verwachte impact is groot: met dit project willen we een ommezwaai realiseren binnen de bollenteelt van een cyclische teelt naar een éénrichting systeem, waarbij we schoon beginnen en de bollen schoon blijven. Tevens wordt het aantal benodigde teeltcycli beperkt; de teeltduur kan naar verwachting worden gehalveerd. Hierdoor wordt ook het aantal keren oogsten, verwerken, en bewaren verminderd; handelingen die het risico op aantasting door ziekten en plagen sterk vergroten. Er hoeven daardoor fors minder middelen te worden gebruikt én de belasting van de bodem wordt sterk gereduceerd. Naast de reductie van chemische middelen wordt door een meer precieze teelt ook op water en bemesting bespaard. In vergelijking met de gangbare teelt zijn de geproduceerde bollen gezonder, beter van kwaliteit, bevatten ze nauwelijks nog residuen en hebben ze een minimale water-, carbon- en middelen-footprint.