Verbreding praktijktoepassing IPM-vogelmijt

Projecttitel: Verbreding praktijktoepassing IPM-vogelmijt
Projectnummer: 20008
Missie: Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel
Looptijd: 2020-2021
Budget publiek: € 130.000
Budget privaat:  € 64.000
Projectleider: Thea van Niekerk
Betrokken partijen:  AviVet, Stichting AERES Groep, Gebr. Van Beek, Agrifirm, ABZ Diervoeding, Stichting Fonds voor Pluimveebelangen, Wageningen University & Research

De aanpak van vogelmijt met behulp van de IPM-methode vergt een andere manier van denken en er is een leertraject voor nodig om de methodiek eigen te maken en succesvol te kunnen toepassen op bedrijfsniveau. Dit is een van de redenen dat brede toepassing nog niet gerealiseerd is, ondanks dat de methode succesvol bleek te zijn binnen het afgesloten project. De pluimveehouders die ermee gewerkt hebben zijn daarvoor in het project MIP Aanpak vogelmijt intensief begeleid.

Het primaire doel van het vervolgproject is een verbreding van de toepassing van IPM en daarmee een sectorbrede duurzame en veilige beheersing van vogelmijt te realiseren. Vanuit het project MIP Aanpak vogelmijt zijn infographics, een e-learning methodiek en een vogelmijtbedrijfsplan beschikbaar, waarmee dit doel bereikt kan worden.

De doelgroep is primair de legpluimveehouders, waarbij gebleken is dat het goed werkt om hun erfbetreders in het proces te betrekken. Een secundaire doelgroep zijn de servicebedrijven, die in hun contacten met de legbedrijven volgens dezelfde (preventieve) methodiek moeten gaan werken om zo een gesloten hygienestatus op de bedrijven te realiseren.
Als derde doelgroep kunnen ook pluimveehouders uit andere sectoren benoemd worden, zoals vleeskuikenouderdieren, waar vogelmijt ook een rol speelt.

Behalve deze directe bijdrage aan een betere beheersing van bloedmijten, kan dit project een bredere spin off hebben. IPM is een andere managementaanpak, die vraagt om op een andere manier naar de diergezondheidszorg en duurzaamheid op het bedrijf te kijken. Als pluimveehouders gewend raken om vanuit deze filosofie en met deze aanpak te werken, kan dit op termijn ook toegepast gaan worden bij andere gezondheidsproblemen bij pluimvee. Een voorbeeld is de aanpak van wormen, waar het nu nog vaak gebruikelijk is om standaard 1 x in de 2 maanden te behandelen met synthetische anti-wormmiddelen. Eerste onderzoekservaringen laten hier zien dat de wormdruk niet gerelateerd is aan de frequentie van inzet van middelen. Waarschijnlijk kan hier de besmettingsdruk met een IPM aanpak beheerst worden met aanzienlijk minder middelengebruik. Hier is nu echter nog veel kennisontwikkeling nodig.