Project Preventie verspreiding rotbacterien tijdens de oogst

Projectnummer
LWV19011

Missie
A. Kringlooplandbouw

MMIP primair
A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

MMIP secundair

Startdatum project
01-01-2020

Einddatum project
31-12-2021

Projectleider
Anne van Diepeningen

Website
https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksprojecten-LNV/Expertisegebieden/kennisonline/Preventie-verspreiding-rotbacterien-tijdens-de-oogst.htm

Status project
Lopend – loopt op schema

Samenvatting project
Pectinolytische bacteriën van de geslachten Dickeya- en Pectobacterium (soft rot Pectobacteriaceae, SRP’s), veroorzaken in Nederland grote schade in land- en tuinbouwgewassen (20-30 MEuro/jaar in pootaardappelteelt). Er is geen resistentie (immuniteit) tegen SRP’s bekend in commerciële rassen en er zijn geen bestrijdingsmiddelen beschikbaar. Beheersing is geheel afhankelijk van hygiëne en teeltmaatregelen. Verspreiding van de ziekteverwekker binnen een pootgoedpartij en ook tussen partijen lijkt vooral tijdens de machinale oogst plaats te vinden. In dit project worden kwantitatieve gegevens verzameld over de mate waarin de bacterie zich tijdens de oogst verspreidt en ook hoe verspreiding voorkomen kan worden. Er wordt onderzocht in welke mate het afharden en verwonden van de knol een rol spelen bij het ontstaan van infecties. Verder wordt onderzocht hoe lang de bacteriën (planktonisch en in biofilms) op oogstmachines kunnen overleven. Tenslotte wordt het effect van wassen en het gebruik van biocide middelen onderzocht op reiniging en desinfectie van machines. Resultaten worden door telers gebruikt bij een risico-inschatting. Zij kunnen de informatie gebruiken om kosten/baten analyses te maken m.b.t. het verwijderen van rotte knollen tijdens de oogst en het reinigen en desinfecteren van machines tussen de oogst van verschillende partijen.

Doel van het project
De aanleiding. Zachtrot bacteriën van de geslachten Dickeya- en Pectobacterium (soft rot Pectobacteriaceae, SRP’s), veroorzaken in Nederland grote schade in land- en tuinbouwgewassen (20-30 MEuro/jaar in pootaardappelteelt). Er is geen resistentie (immuniteit) tegen SRP’s bekend in commerciële rassen. In de aardappelteelt wordt veelal gestart met miniknollen afkomstig van in vitro planten die vrij zijn van ziekteverwekkers. Echter, al tijdens de groei van een gewas uit miniknollen treden de eerste (symptoomloze) besmettingen op in de moederknollen. De opbouw van de bacteriepopulaties en verspreiding van de ziekteverwekker vinden vooral plaats wanneer (moeder)knollen gaan rotten. Met name tijdens de oogst is het risico op versmering (verspreiding van rottend, geïnfecteerd aardappelmateriaal) groot. Echter, goede kwantitatieve gegevens over risico’s op versmering tijdens de oogst ontbreken. Kennis over de verspreiding van de bacterie tijdens de oogst binnen en tussen partijen is van groot belang. De mate waarin verspreiding en infectie plaatsvindt, bepaalt in hoge mate waar de focus moet liggen in een strategie om bacterieziekten te beheersen. Ook ontbreken er methodes om versmering tijdens de oogst te voorkomen of te elimineren.
De reden. In dit project wordt onderzoek gedaan naar het risico op overdracht van SRP’s vanuit besmette (rottende) knollen naar knollen die vrij zijn van de ziekteverwekker. Er wordt geïnventariseerd hoe machines effectief kunnen worden ontsmet. Daarbij worden de volgende vragen beantwoord.
• Hoe vaak leidt overdracht daadwerkelijk tot infectie van knollen (die kunnen resulteren in bacteriezieke planten)?
• Hoe lang blijven bacteriën als planktonische (losse) cellen en in een biofilm (slijmlaag) op het oppervlak van de knol in leven?
• Welk risico speelt verwonding bij het ontstaan van knolinfecties? In principe kan de knol ook via natuurlijke openingen (lenticellen) besmet raken.
• Wat is de beste manier om machines te ontsmetten?
• Wat is het risico op overleving van SRP’s bij reiniging en ontsmetting van oogstmachines?

Relatie met missie/motivatie
Dit project geeft de aardappelteler instrumenten in handen om het risico voor de verspreiding van rot-veroorzakende bacteriën tijdens de oogst in te leren schatten en ook om versmering binnen en tussen partijen te voorkomen. Deze kennis ontbreekt op dit moment. Kennis over de rol van beschadiging van knollen, over de overleving van de bacterie op machines en over de effectiviteit van ontsmettingsmiddelen zal direct in de bedrijfsvoering worden gebruikt. Er is een gebrek aan praktische kennis over verspreiding van de bacterie en de mogelijkheid deze te voorkomen. De resultaten komen in eerste instantie ten goede van de pootgoedsector, maar een deel van de informatie zal ook van belang zijn bij de beheersing van andere (rot-veroorzakende) ziekteverwekkers.
De topsector streeft naar ontwikkeling van geïntegreerde teeltsystemen of bouwstenen met een lage milieubelasting. Hierin speelt preventie van ziekten en plagen een essentiële rol. Dit resultaten van dit project zullen naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren aan dit beleid. Kennis over de verspreiding van de bacterie tijdens de oogst binnen en tussen partijen is daarbij van groot belang. De mate waarin verspreiding en infectie plaatsvindt, bepaalt in hoge mate waar de focus moet liggen in een strategie om (bacterie)ziekten te beheersen.

Geplande resultaten
Jaar 1
Mate van verspreiding tijdens de oogst. Tweetal veldproeven (september en november/december) met aardappelen in verschillende stadia van afharding om de versmering van Pectobacetrium brasiliense over een oogstafstand van 30 meter te bepalen. Kwalitatieve (enrichment Taqman, uitplaten op semi-selectief medium) en kwantitatieve (Taqman) bepaling van de besmetting van aardappel geoogst met een éénrijer .

Overleving van de bacterie op de machine De overleving van de bacterie wordt vastgesteld op een ingeschuurde machine die niet schoongemaakt is tot een periode van maximaal 2 maanden na de oogst van symptomatische knollen. Zo nodig wordt inoculum aangebracht. Er worden per tijdspunt 10 veegmonsters genomen, nl. op 0, 1, 3, 7, 21 en 60 dagen na de oogst van de rotte knollen. Ook wordt onder geconditioneerde omstandigheden de overleving van de bacterie bepaald op materialen waar de machines uit zijn samengesteld (rubber en staal). De bacterie wordt daarbij als suspensies (losse cellen) aangebracht, maar ook als biofilm (vanuit gamma-gesteriliseerd aardappelweefsel dat rot is gemaakt met P. brasiliense). De monsters worden bewaard onder condities die gangbaar zijn in een schuur.

Communicatie (jaar 1 en 2). Resultaten en inzichten worden gecommuniceerd via presentaties, een website, een artikel in een vakblad en (waar mogelijk) via een wetenschappelijke publicatie.

Terug