Project Schadepreventie invasieve schildwants

Projectnummer
LWV19087

Missie
A. Kringlooplandbouw

MMIP primair
A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

MMIP secundair

Startdatum project
01-01-2020

Einddatum project
31-12-2021

Projectleider
Herman Helsen

Website
https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksprojecten-LNV/Expertisegebieden/kennisonline/Schadepreventie-invasieve-schildwants.htm

Status project
Lopend – loopt op schema

Samenvatting project
De bruingemarmerde schildwants Halyomorpha halys is een zeer schadelijke invasieve soort die oorspronkelijk uit Azië afkomstig is. De wants heeft zich de afgelopen decennia over Noord-Amerika en Europa verspreid en is in 2018 voor het eerst in Nederland gevonden. In de VS en Noord-Italië veroorzaakt de wants enorme schade aan tuinbouwgewassen, waaronder appel, peer, kers, braam en framboos. De komst van dit insect in Nederland is dan ook een bedreiging voor de fruitteelt hier, en mogelijk voor andere tuinbouwsectoren. In Noord-Amerika heeft de aanwezigheid van H. halys geleid tot een sterke toename van het gebruik van breedwerkende bestrijdingsmiddelen, vaak zonder dat daarmee de schade afdoende werd voorkomen. Het toegenomen gebruik van bestrijdingsmiddelen betekende in verschillende teelten het voorlopige einde van de geïntegreerde gewasbescherming.
Dit project beoogt inzicht te geven in de verspreiding van H. halys in Nederland, de levenscyclus onder Nederlandse omstandigheden, de interactie met hier geteelde gewassen en waardplanten, en de mogelijkheden voor monitoring, preventie en bestrijding.

Doel van het project
Dit project beoogt inzicht te geven in de verspreiding van H. halys in Nederland, de levenscyclus onder Nederlandse omstandigheden, de interactie met hier geteelde gewassen en waardplanten, en de mogelijkheden voor monitoring, preventie en bestrijding.

Relatie met missie/motivatie
De bruingemarmerde schildwants Halyomorpha halys is een invasieve soort die oorspronkelijk uit Azië afkomstig is. De wants heeft zich de afgelopen decennia over Noord-Amerika en Europa verspreid en is in 2018 voor het eerst in Nederland gevonden. In de VS en Noord-Italië komt de wants inmiddels in hoge dichtheden voor en veroorzaakt ze enorme schade aan fruitgewassen, waaronder appel, peer, perzik, kers, braam en framboos. In Italië werd in sommige perenboomgaarden tot 50% van de vruchten beschadigd. In de Noordoostelijke VS werd in 2010 alleen al in de appelteelt de schade geraamd op 39 miljoen US Dollar per jaar. Ook vruchtgroenten zoals tomaat, paprika en aubergine kunnen worden aangetast. H. halys heeft in Noord-Amerika geleid tot een sterke toename van het gebruik van breedwerkende insecticiden, overigens vaak zonder dat daarmee de schade afdoende werd voorkomen. Het toegenomen pesticidengebruik betekende in verschillende teelten het voorlopige einde van de geïntegreerde gewasbescherming.

In hoeverre de wants ook in Nederland schade gaat veroorzaken is op voorhand niet te zeggen. Factoren die hierbij een rol spelen, zijn onder meer: het klimaat, de aanwezigheid van alternatieve waardplanten en de synchronisatie van de schadelijke stadia van de wants met de gevoelige stadia van de verschillende gewassen. In eerste instantie vormt de plaag een groot risico voor fruitgewassen. Meldingen van schade aan vruchtgroenten in de VS en Italië betreffen vooral de open teelten. In Nederland worden deze gewassen (zoals tomaten, paprika en aubergine) uitsluitend onder glas geteeld. In hoeverre Nederlandse glasteelten een risico lopen, is moeilijk in te schatten. Gezien de recente snelle verspreiding in Nederland en de potentieel grote landbouwkundige schade is het belangrijk om snel inzicht te krijgen in de risico’s van deze plaag, de levenswijze en de bestrijdingsmogelijkheden.

Geplande resultaten
Inventarisatie van kennis en ervaringen uit het buitenland
 In dit project word bestaande kennis en ervaring geïnventariseerd, geïnterpreteerd en beschikbaar gemaakt voor de Nederlandse tuinbouw (jaar 1 en 2).
Verspreiding van de soort
 Systematisch bemonstering van tuinbouwgewassen/boomgaarden, onder meer met gebruik van feromoonvallen, en in samenwerking met fruittelers (jaar 1 en 2).
 Systematische bemonstering van aantrekkelijke waardplanten. Onder meer hemelboom, Catalpa en hulst gelden als goede indicatorplanten (jaar 2).
 Citizen science. Doordat het hier een groot en opvallend insect betreft, dat graag aggregeert in huizen, zullen burgers de wants relatief vaak tegenkomen. In Zwitserland en Italië zijn goede ervaringen opgedaan met oproepen aan burgers om vondsten van deze soort te melden. Er zal gebruik worden gemaakt van bestaande platforms als Nature Today en de uitgebreide ervaringen binnen Wageningen Universiteit & Research met citizen science (jaar 1 en 2).
Levenswijze
 Om de ontwikkeling van de wants gedurende het jaar te onderzoeken, zullen wantsen in (dubbelgeïsoleerde) veldkooien worden gekweekt. Daarmee kan onder lokale omstandigheden de levenscyclus worden onderzocht. De resultaten van dit onderzoek geven ook de mogelijkheid om elders ontwikkelde fenologische modellen te valideren. Zulke modellen geven op termijn de mogelijkheid om de ontwikkeling van de wants in verschillende jaren en gebieden te voorspellen en zijn essentieel voor een goede timing van bestrijdingsmaatregelen (jaar 1 en 2).

Terug