Een sneltest voor allergenen

Allergisch voor pinda’s, noten of één van de andere veel voorkomende allergenen? Binnenkort kun je zelf met een snelle test checken of één van deze allergenen voorkomen in je salade, op je broodje of in een saus.

Veel plantaardige en dierlijke voeding bevat eiwitten. Deze zijn een onmisbaar onderdeel in een gezond voedselpatroon. Maar de eiwitten uit granen (gluten), noten, eieren, pinda’s, soja, melk, vis, schaal- en schelpdieren, sesam, lupine, mosterd of selderij kunnen voor een allergische reactie zorgen. Bijna 3% van de volwassenen en 7% van de kinderen hebben last van een voedselallergie, waarbij het lichaam heftig reageert op specifieke eiwitten.  

Iedereen die levensmiddelen aan consumenten aanbiedt moet vermelden wanneer er allergenen in het levensmiddel aanwezig zijn. Dat geldt voor alle verpakte levensmiddelen, maar ook voor niet-verpakte levensmiddelen die in de horeca, ambachtelijke zaken, retail, instellingen en online worden aangeboden. Bij verpakte producten staan de allergenen keurig op de verpakking. Maar hoe weet je nu of er allergenen zitten in een broodje dat je bij de bakker koopt, een salade in een restaurant of de fritessaus bij de snackbar?

Streepje
Andries Koops is business developer bij Wageningen Food Safety Research. Hij is betrokken bij een onderzoek, gefinancierd door Topsector Agri & Food, waarbij gekeken wordt naar de mogelijkheid voor kleine ondernemers om hun producten snel en ter plekke te testen op de aanwezigheid van bijvoorbeeld pinda’s, noten of een ander allergeen. “Je moet het eigenlijk zien als een test die in de uitvoering lijkt op een zwangerschapstest: het is een houder met een teststripje waar je een sample op plaatst. Als er een allergeen inzit, verschijnt er een streepje.”

Eiwitten
Volgens Koops is de test simpel uitvoerbaar, maar is de technologie erachter ingewikkeld. “Bij allergenen moet je, net als bij een zwangerschapstest, naar de eiwitten kijken. Deze testen werken met zogenaamde antilichamen: bij een zwangerschapstest bevat het teststripje bijvoorbeeld antilichamen tegen het zwangerschapshormoon HCG (een eiwit). Bij allergenen moet je voor iedere allergeen, van soja tot aan ei, een apart antilichaam maken om de eiwitten te kunnen detecteren. Het is dus niet één test waarmee je alle allergenen kunt opsporen: iedere allergeen vraagt om een eigen test.”

Maar toch is er op dit moment een test in ontwikkeling die zowel pinda als hazelnoot tegelijkertijd kan meten: dit zijn eigenlijk twee testen gecombineerd in dezelfde houder. Deze test is in de laatste ontwikkelingsfase waarin de verschillende onderdelen samengevoegd worden in een gebruikersvriendelijk format. Dit format wordt dit jaar getest op de bruikbaarheid voor verschillende voedselproducten en de gevoeligheid waarmee pinda en hazelnoot nog aan te tonen zijn.

Stroomversnelling
Door de uitbraak van het coronavirus ziet Koops dat de ontwikkeling van zelftesten in een enorme stroomversnelling is gekomen. Een scala aan diagnostiekbedrijven heeft in razendsnel coronatesten ontwikkeld waarmee je binnen een kwartier weet of je besmet bent. Er was volgens Koops eerst wat aarzeling over de gevoeligheid en betrouwbaarheid van deze testen, maar ze worden inmiddels grootschalig toegepast en liggen in het schap bij Albert Hein. “De meetmethode van de sneltest verschilt van de qPCR-test, de gouden standaard die door instanties ingezet wordt voor het aantonen van pathogenen. De qPCR meet het genetische materiaal van het virus. Deze test is gevoelig en betrouwbaar. Maar vraagt ook om getraind personeel en kostbare meetapparatuur. Je hebt na vier tot acht uur pas de uitslag.”

 De sneltest daarentegen is een antigeentest die binnen een kwartier de uitslag geeft. Bij deze test tonen antilichamen de aanwezigheid van bepaalde virus-eiwitten aan. Dit principe kan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld allergenen of zwangerschapshormonen  aan te tonen.

Eerlijk product
Pieter Vos is directeur van Nutrilab in Giessen, een laboratorium actief in de agrifoodsector. Het bedrijf doet onderzoek naar onder andere voedingswaarde, allergenen, houdbaarheid etc. Zij bewaken als lab de betrouwbaarheid van de analyse en de resultaten uit de testen. “Het doel is om een eerlijk product in de markt dat zetten dat op een goede manier toepasbaar is en bijdraagt aan de veiligheid van de voeding in Nederland.”

Sinds 2011 geldt in Nederland de zogenaamde 1169-norm: een Europese norm die voorschrijft wat er op een etiket moet staan over de ingrediënten. Hierin is ook vastgesteld dat de allergenen er onderscheidend (cursief of vet) op vermeld moeten staan. Vos: “Hierdoor ontstaan ook de sneltesten: men wil in de fabriek waar het product gemaakt wordt snel weten of er bepaalde allergenen in een product zitten omdat ze dat moeten vermelden op de verpakking.”

Mixen
Maar hoe zit dat in een restaurant: kun je met zo’n sneltest dan ook ter plekke testen of er bijvoorbeeld noten in je maaltijd zitten? Dat is volgens Vos best lastig. “In het lab mixen we alle ingrediënten door elkaar en maken er een smurrie van: een homogene massa. Je hebt dan relatief weinig product nodig om te testen of er een bepaald allergeen in zit en ze geven een hoge mate van zekerheid. In het restaurant zou je dus eigenlijk alle ingrediënten op je bord apart moeten testen om er zeker van te zijn of er geen notensporen in zitten.”

Notentest
Vos is enthousiast over de ontwikkelde test die zowel pinda als hazelnoot tegelijkertijd kan meten. “Deze test heeft weinig van een product nodig om te kunnen meten of er pinda of hazelnoot in verwerkt zitten. Maar nu moeten we natuurlijk gaan kijken hoe het in de praktijk werkt, dan heb je veel minder invloed op de omstandigheden. Ook is het essentieel dat mensen weten hoe ze de test moeten gebruiken: hoeveel van een product heb je nodig voor een betrouwbaar resultaat? Ik kan nog niet zeggen of dit een succes wordt. Maar als het werkt, kunnen we hiermee een nieuw product op de markt zetten.”

Basistechnologie
De kennis die nu opgedaan wordt over deze snelle zelftesten kan volgens Koops 1-op-1 gebruikt worden bij de verdere ontwikkeling van de zelftesten voor allergenen. “Voor zowel de restauranthouder als de consument is het handig als er een set testen is waarmee je zelf allergenen kunt opsporen. We zijn in Wageningen nu druk bezig met het ontwikkelen van de basistechnologie, maar ook met het ontwikkelen van testen voor specifieke allergenen. De verdere uitrol moet door het bedrijfsleven opgepakt worden. Ik zie in de toekomst dat consumenten zelf meer aan de slag gaan met zelftesten: dit kan echt een game changer worden voor allergische consumenten die meer zekerheid over de veiligheid van hun aankopen willen hebben.”

Het project Snelle onsite methode voor voedselveiligheid wordt uitgevoerd door Bon Bon party service; De Poort van Kleef, Marfo, Nutrilab, R-Biofarm AG of R-Biopharm Nederland B.V. , Sodexo en WFSR.

Terug