Pionieren met boslandbouw: vervangt mengteelt de monocultuur?

In Lelystad verrijst de eerste grootschalige onderzoeksfaciliteit voor agroforestry in Nederland, een vorm van boslandbouw waarbij bomen en akker- en tuinbouwgewassen op een perceel staan. Deze combinatie van verschillende teelten zorgt voor een biodiverser, weerbaarder en klimaatvriendelijker landbouw. Kan dit systeem de landbouw in Nederland verder verduurzamen?

Bij agroforestry maakt de monocultuur, waarbij de focus ligt op grote velden met één gewas, plaats voor een mengteelt van groente, akkerbouwgewassen of gras met houtige gewassen zoals fruitbomen, fruitstruiken, notenbomen of bomen voor houtproductie. Deze mengteelt presteert economisch en ecologisch in potentie beter dan een monocultuur, maar er is nog niet genoeg kennis en ervaring op het specifieke gebied van mengteelten van houtige gewassen met eenjarige akkerbouw- en groentegewassen.

Maureen Schoutsen is onderzoeker duurzame landbouwsystemen bij Wageningen University & Research. Zij begeleidt een vierjarig onderzoeksprogramma, gefinancierd door Topsector Agri & Food, waarin de universiteit samen met akkerbouwers de kansen van agroforestry in Nederland onderzoekt. “Waar de landbouw vooral behoefte aan heeft, is kennis. We moeten ervaring opdoen met agroforestry in de praktijk om te ontdekken waar de kansen en knelpunten zitten. Dat doen we samen met akkerbouwers die al gestart zijn met agroforestry. Waar lopen zij tegenaan als het gaat om technieken en mechanisatie, wat zijn geschikte gewassen, hoe zit het met de regelgeving? Er zijn nog zoveel vragen. Het is nu nog echt nog pionieren.” Het onderzoek moet ook antwoord geven op grote vragen als wat kan dit landbouwsysteem opleveren aan productie en bodemvruchtbaarheid en hoe kun je natuur en biodiversiteit integreren in een rendabele bedrijfsvoering?

Divers
De Nederlandse landbouw staat wereldwijd bekend om zijn efficiënte voedselproductie. Maar volgens Schoutsen dringt het besef door dat er grenzen zijn aan de schaalvergroting en intensivering van de landbouw. “De monocultuur heeft jaren heel goed gewerkt, mede dankzij kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Deze teeltvorm levert grote aantallen van hetzelfde op, maar het maakt de gewassen ook kwetsbaarder voor ziekten en plagen. Dit hebben we lang kunnen onderdrukken met gewasbescherming. Maar deze middelen hebben ook nadelige gevolgen en worden steeds meer aan banden gelegd. We moeten echt naar een meer divers landbouwsysteem.”

Voordelen
Wijnand Sukkel is als senior onderzoeker duurzame landbouw bij Wageningen University & Research bij het onderzoek betrokken. Hij ziet agroforestry als een serieus alternatief voor de bestaande monocultuur. “Uit eerder onderzoek blijkt dat de gewassen in dit landbouwsysteem efficiënter omgaan met licht, water en voedingsstoffen dan in monoculturen. Voorbeelden uit het buitenland laten zelfs zien dat de productiviteit dankzij agroforestry zelfs hoger kan liggen dan in de gangbare landbouw. Mengteelten bieden ook meer beschutting en voedselgelegenheid voor nuttige biologische bestrijders die plaaginsecten te lijf gaan. Hierdoor ontstaat een weerbaarder en biodivers systeem, waarin gewassen beter beschermd zijn tegen extreem weer en met meer ruimte voor insecten, bodemdieren, vogels etc.” Er zitten volgens de onderzoeker ook maatschappelijke voordelen aan agroforestry: de mengteelt zorgt voor meer organische stof in de bodem, legt meer koolstof vast (in bomen en bodem) en er ontstaat een divers en aantrekkelijk landschap.

Imago
Binnen het project werken de onderzoekers intensief samen met akkerbouwers die al aan de slag zijn met agroforestry. De deelnemers doen volgens Schoutsen om verschillende redenen mee. “De een vindt het huidige landbouwsysteem niet meer houdbaar, de ander wil werken aan zijn imago of is juist op zoek naar een ander verdienmodel. Weer een ander moet omschakelen naar een milieuvriendelijker teeltsysteem, omdat hij anders de grond niet mag pachten. ”We kijken wat er gebeurt op deze bedrijven en hoe we dit systeem efficiënt en renderend kunnen maken.”

Klimaatverandering
Piet Hermus runt een akkerbouwbedrijf van 53 hectare in het Brabantse Zevenbergschen Hoek, waar hij aardappelen, wintertarwe, graszaad, plantuien, suikerbieten, winterpeen en knolselderij verbouwt. Hij ziet als akkerbouwer grote uitdagingen als het gaat om klimaatverandering, met extreme droge en natte periodes. “Zoals we nu met z’n allen leven, is niet meer houdbaar. We zullen iets nieuws moeten verzinnen, dan moet je niet alleen maar lullen, maar ook doen.” Hij heeft 4,2 ha grond ‘vrijgemaakt’ voor agroforestry, waarin hij experimenteert met een combinatie van hazelaars, wilgen en akkerbouwgewassen. Zijn doel is simpel: ontdekken of dit nieuwe systeem werkt. “Ik ben benieuwd of agroforestry leidt tot een robuuster systeem, dat klimaatbestendiger is en waarin we minder afhankelijk zijn van gewasbeschermingsmiddelen.”

Maatschappij
Daarnaast hoopt hij door zijn deelname aan het onderzoek ook het gesprek met de maatschappij aan te gaan. “Boeren worden vaak gezien als de veroorzakers van de klimaatverandering. Maar we hebben juist een deel van de oplossing in handen. We zijn de enige sector ter wereld die in staat is om het broeikasgas CO2 vast te leggen in plaats van uit te stoten: planten en bomen ‘vangen’ CO2, dat hebben ze gewoon nodig om te groeien. Dat betekent dat onze gewassen kunnen helpen om de opwarming van de aarde te verminderen. We moeten alleen wel de ruimte krijgen om te ondernemen. De verantwoordelijkheid om iets te doen aan de klimaatverandering ligt niet alleen bij de boer. Ook de maatschappij zal moeten veranderen. Ik zit met mijn bedrijf op de weg van Den Haag naar Brussel. Ik zou zeggen: kom eens langs!”

Experiment
Hermus heeft gekozen voor bomenrijen op afstand van zijn akkerbouwgewassen, zodat hij er nog gemakkelijk met zijn machines tussendoor kan en niet allerlei nieuwe apparatuur hoeft aan te schaffen voor het oogsten en bemesten van zijn gewassen. De akkerbouwer ziet het echt als experiment. “Eerst moeten we gezamenlijk (ondernemers en onderzoekers) de ruimte hebben om nieuwe systemen te ontwikkelen, uit te proberen en te verfijnen. Juist door te experimenten, kom je erachter wat wel en niet werkt. Het gaat nog wel even duren voordat je echt resultaten gaat zien. Ik ben zelf 55 jaar en zal er niet meer van kunnen profiteren, maar ik hoop dat de nieuwe generatie boeren hiermee vooruit kan.”

Resultaten
Het onderzoek is nu twee jaar onderweg. Met de opgedane kennis is er een reeks factsheets gepubliceerd waarmee boeren de mogelijkheden voor agroforestry op hun land kunnen onderzoeken. De onderzoeksfaciliteit in Lelystad is ook een uitvloeisel van het onderzoek, deels gefinancierd vanuit het project en deels vanuit de WUR. Hier gaan onderzoekers met verschillende specialismen onderzoek doen naar de toepasbaarheid van agroforestry in Nederland. De faciliteit wordt uitgerust met sensoren om data te verzamelen over (micro)klimaat, wind(snelheid) en bodemgesteldheid (bodemtemperatuur en -vocht). “Zo kunnen we ook echt met wetenschappelijke data kijken of dit systeem potentie heeft”, aldus Schoutsen. De komende twee jaar zetten de onderzoekers in op het voortzetten en begeleiden van de akkerbouwers, met ervaringen ophalen over onder andere mechanisatie en biodiversiteit en metingen in de verschillende agroforestry-systemen en – in Lelystad – het ophalen van data over het microklimaat. We zijn ook bezig met het opzetten van communities of practice, waarin alle spelers op het gebied van agroforestry, van agroforestry-boeren tot aan overheden – kennis met elkaar kunnen delen.”

Overschakelen
Sukkel: “De ontwikkelingen in mechanisatie en techniek gaan razendsnel. Tegelijkertijd komen we steeds meer te weten over wat wel en niet goed werkt in agroforestry. Als de regelgeving ook meer ruimte biedt voor deze veelbelovende vorm van duurzame landbouw, kunnen we snel overschakelen en groeit agroforestry binnen vijftien jaar uit tot een volwassen en duurzame productietak in de Nederlandse landbouw.

Het project Agroforestry wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research, akkerbouwers, de Nederlandse Notenvereniging, Rombouts Agroecologie en Stichting Agroforestry Zuid-Nederland.

Terug