1H4F-Biomarkers voor welzijn van melkvee

1H4F-Biomarkers voor welzijn van melkvee

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

AF16162

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel>D3. Veilige en duurzame primaire productie

Startdatum

01/01/17

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

In dit project worden zowel experimenteel, door het toepassen van gecontroleerde behandelingen op een proefbedrijf, als in de praktijk, door het selecteren van specifieke groepen melkveebedrijven, contrasten gecreëerd in de houderijsituatie van melkkoeien waarvan mag worden aangenomen dat er sprake zal zijn van een verschil in emotionele toestand van de koeien, variërend van positief tot negatief. Gelijktijdig met gedrags- en gezondheidswaarnemingen worden biomarkers bepaald in lichaamsstoffen anders dan bloed, zoals melk, urine, faeces, speeksel en haar, en met behulp van sensoren. Onderzocht wordt welke biomarkers systematisch verschillen tussen omstandigheden waarin sprake is van een verschil in emotionele toestand. Met dergelijke biomarkers kan de welzijnstoestand van koeien regelmatig worden ingeschat, en kan een toestand van verminderd welzijn in een vroegtijdig stadium worden aangetoond. Dit heeft naar verwachting positieve gevolgen voor welzijn en gezondheid van melkkoeien.

Doel van het project

Dit project heeft tot doel om gemakkelijk toepasbare biomarkers te identificeren voor het meten van zowel ‘negatief’ welzijn en ‘stress’ als ‘positief’ welzijn en ‘geluk’ bij melkkoeien op koppelniveau. Het achterliggende principe is afkomstig uit recent onderzoek met mensen en laboratoriumdieren zoals apen waaruit blijkt dat de emotionele toestand (van positief tot negatief) samenhangt met variatie in bepaalde hormonen en andere biologisch actieve stofjes in bloed en speeksel, en met de hartslag. Gedragskenmerken zoals spelgedrag en positieve sociale contacten met soortgenoten worden vooralsnog als sterkste indicatoren gezien voor de aanwezigheid van een positieve emotionele toestand van (landbouwhuis)dieren aan de hand van biomarkers is een nog grotendeels onontgonnen terrein.

Relatie met missie (Motivatie)

Het project sluit aan bij de Missie ‘Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel’, en de MMIP ‘Veilige en duurzame primaire productie’, en de daaronder liggende programma’s (1) ‘Optimale diergezondheid en dierenwelzijn’, met als belangrijk deelprogramma ‘Verbetering gezondheid en welzijn dieren’, en (2) ‘Integrale verduurzaming van de dierlijke productie’, met als belangrijk deelprogramma ‘Integrale verduurzaming veehouderij’.

Geplande acties

Jaar 1 en jaar 2:
• Ontwikkelen en operationeel maken van een gedragstest om de emotionele toestand van melkkoeien te meten; het gaat hier om de zogenaamde ‘Judgment Bias Test’ (JBT).
• Aanvang van een groot experiment op een proefbedrijf waarin melkkoeien worden onderworpen aan contrasterende houderijomstandigheden met de bedoeling om duidelijke verschillen in de emotionele toestand van koeien te induceren. De eerder ontwikkelde JBT wordt gebruikt, en er worden monsters genomen van bloed en andere lichaamsvloeistoffen om biomarkers in te bepalen.
• De voorbereidingen zijn getroffen voor een proef die wordt uitgevoerd op melkveebedrijven in de praktijk. Er zijn 76 melkveebedrijven geworven.
Jaar 3 en 4
• Afronden van de praktische uitvoering op een proefbedrijf van het experiment waarin melkkoeien worden onderworpen aan contrasterende houderijomstandigheden. Analyse van bloedmonsters. Het experiment levert kennis op over de relatie tussen biomarkers en de emotionele toestand van melkkoeien.
• De melkveebedrijven die meedoen aan de praktijkproef worden in de stalperiode 2018-2019 één keer bezocht. Tijdens elk bezoek worden waarnemingen verricht en worden bloed-, melk-, mest- en haarmonsters verzameld bij een steekproef koeien. Daarnaast worden melk- en mestmonsters op koppelniveau verzameld. Waarnemingen en monsternames worden uitgevoerd volgens vaste protocollen. De waarnemingen hebben betrekking op (i) houderij-omstandigheden op het betreffende bedrijf, en (ii) het welzijnsprotocol ‘KoeKompas’ wordt op elk melkveebedrijf afgenomen. Dit resulteert in een aantal welzijnsscores op bedrijfsniveau. Monsters worden voor een deel opgeslagen in de vriezer, en deels tijdens het experiment geanalyseerd. De keuze van de biomarkers waarop de monsters worden geanalyseerd hangen ook af van de resultaten van het onderzoek onder experimentele omstandigheden (proefbedrijf).