1H4F-BIT-MAP: Biggen In Transitie: Mogelijkheden voor de Aanpak van Problemen

1H4F-BIT-MAP: Biggen In Transitie: Mogelijkheden voor de Aanpak van Problemen

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

AF17059

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel>D3. Veilige en duurzame primaire productie

Startdatum

01/01/18

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

Streptokokkeninfecties in varkens zijn verantwoordelijk voor een grote ziektelast bij biggen na het spenen, en vormen daarmee de meest voorkomende reden voor antibioticumgebruik in varkens. Streptokokkeninfecties zijn verantwoordelijk voor grote economische schade, welke in Nederland wordt geschat op €12 miljoen/jaar. In het project Biggen in Transitie, Mogelijkheden voor de Aanpak van Problemen (BITMAP), werken onderzoekers van Wageningen Bioveterinary Research samen met ForFarmers, Trouw Nutrition en Boehringer Ingelheim om de weerbaarheid van biggen tegen deze bacteriële aandoening te verbeteren.

Omdat er geen geregistreerd vaccin tegen streptokokken beschikbaar is op de Nederlandse markt, maar vooral bedrijfsspecifieke vaccins worden gebruikt, wordt er regelmatig antibiotica voorgeschreven om deze infectie te bestrijden. Met dit onderzoeksproject willen de deelnemende partijen meer kennis vergaren over de ontwikkeling van specifieke immuniteit van biggen tegen deze bacterie.

Het vierjarig onderzoek richt zich in de eerste plaats op de rol van de zeug bij de ontwikkeling van maternale immuniteit (afweer verkregen via moeder). Deze maternale immuniteit wordt via de biest aan de biggen doorgegeven vlak na de geboorte: hoe lang is deze maternale immuniteit aanwezig en hoe is dat via de zeugen- dan wel de biggenvoeding positief te beïnvloeden? Het is bekend dat de maternale immuniteit tegen verschillende pathogenen geleidelijk afneemt, en de eigen antilichamen nog tijd nodig hebben om te ontwikkelen. Voor immuniteit tegen Streptokokken is echter niet bekend of relevante maternale antilichamen worden overgedragen en hoe lang deze maternale bescherming aanwezig is. Vroegtijdig verlies van maternale immuniteit resulteert rond het speenmoment in het zogenaamde “immuniteit gat”: een periode waarin de maternale immuniteit is verdwenen, maar waarin de big nog onvoldoende eigen afweer heeft opgebouwd.

Biggen zijn extra kwetsbaar zijn tijdens het speenmoment en daarom is dit een belangrijke periode die we willen bestuderen. Meer kennis over de ontwikkeling van de Streptokokken specifieke (maternale) immuniteit vanaf geboorte tot 4-5 weken na het spenen geeft ons inzicht in de kritieke periodes voor een mogelijk besmetting. Tevens willen we onderzoeken of voeding van zeug en/of biggen een mogelijke bijdrage kan leveren aan de weerbaarheid van biggen rondom geboorte en spenen. Dit onderzoeken we door het meten van functionele parameters (geboortegewicht, biestopname, groei, voedingsopname), maar ook door de hoeveelheid antilichamen (algemeen en Streptokokken specifiek) te bepalen in het bloed en biest van de zeug. Tevens wordt er gekeken naar de kolonisatie van Streptokokken in de biggen en of er een relatie is tussen de kolonisatie en de eerder genoemde parameters.

Doel van het project

Binnen de varkenshouderij is het voorkomen van streptokokkeninfecties een hardnekkig probleem , dat de verdere reductie in antibioticumgebruik in de weg staat. Om het antibioticum gebruik (verder) te reduceren, zijn nieuwe strategieën nodig om deze infectie te bestrijden. Binnen dit project worden een aantal belangrijke factoren waarvan de rol in het ontstaan van streptokokken infecties nog onduidelijk is, nader onderzocht. Hierbij wordt vooral gekeken naar de rol van de lactogene (maternale ) immuniteit in relatie tot biestopname/ geboortegewicht en de opbouw van de verkregen immuniteit op latere leeftijd. Deze factoren kunnen bijdragen aan de streptokokken kolonisatie in individuele biggen en de preventie van ziekte ten gevolge van streptokokken.

Wanneer meer inzicht wordt verkregen in deze factoren, kunnen aan de hand van dit onderzoek nieuwe (management-)maatregelen worden getroffen om de streptokokken problematiek en daarmee het antibioticum gebruik te reduceren. Verschillende factoren rond het speenproces worden in detail bestudeerd om vast te stellen wat de beste interventie is om deze factoren te verbeteren. Met deze kennis kunnen het primaire bedrijfsleven, de voedingsindustrie en de farmaceutische industrie hun werkwijzen en producten in de juiste richting optimaliseren om de weerstand tegen belangrijke infectieziekten die in grote mate verantwoordelijk zijn voor de ziekteproblematiek na het spenen te optimaliseren.

Relatie met missie (Motivatie)

De urgentie binnen de sector is hoog om het antibioticumgebruik in de speenperiode te reduceren. De wens om het antibioticumgebruik te reduceren wordt breed gedeeld binnen de sector. Daarnaast worden streptokokkeninfecties in gespeende biggen als een van de grootste gezondheidsproblemen gezien, waar nog steeds veel antibiotica voor worden ingezet. Reductie van de streptokokkenproblematiek, zal dan ook leiden tot een reductie in antibioticumgebruik.

Binnen de voedingsindustrie en de farmaceutische industrie staan endemische aandoeningen in het algemeen en streptokokkeninfecties in het bijzonder sterk in de aandacht. Wanneer door middel van alternatieve interventies als managementmaatregelen, voedingsinterventies of alternatieve vaccinatie strategieën de streptokokken problematiek gereduceerd kan worden en daarmee het antibioticum gebruik teruggedrongen kan worden is daar zeer veel belangstelling voor.

Geplande acties

Dit project heeft de ambitie om een substantiële bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van een duurzame en gezonde varkenshouderij in Nederland door de ziektelast na het spenen terug te brengen en het antibioticumgebruik te verminderen. Hiervoor zijn nieuwe en vernieuwende maatregelen nodig om streptokokken infecties te voorkomen of te bestrijden en zo het antibioticumgebruik verder terug te dringen. Daarmee kan het project als katalysator dienen voor systeemvernieuwingen, die het speenproces kunnen verbeteren. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar:
1. Optimalisatie van de lactogene (maternale) immuniteit tegen streptokokken door:
a. Ontwikkelen en optimaliseren van detectiemethoden om de totale hoeveelheid antilichamen en streptokokken specifieke antilichamen te meten in biest, speeksel en serum
b. Het onderzoeken van de duur van de maternale immuniteit en is deze te bevorderen door specifieke voeding van de zeug.
2. Optimalisatie van verkregen specifieke afweer tegen streptokokken van individuele biggen rondom het spenen.
a. Welke rol speelt de lactogene immuniteit in deze specifieke afweer rondom het spenen
b. Wat is de ontwikkeling van totale hoeveelheid antilichamen en streptokokken specifieke antilichamen in de tijdsperiode vanaf geboorte tot 28 dagen na spenen
c. kan voeding mogelijk de opbouw van deze afweer rondom het spenen bevorderen

Dit zijn innovatieve onderzoeksrichtingen die de terugdringing van de streptokokkenproblematiek op het primaire bedrijf een nieuwe impuls zullen geven. Het project zal de basis vormen voor veldstudies om deze vragen te onderzoeken. Het is de verwachting dat met behulp van het netwerk van de verschillende partners, eventuele oplossingen snel naar de praktijk kunnen worden gebracht.

Verschillende stakeholders hebben baat bij dit project:
• Een duurzame en gezonde varkenshouderij draagt bij aan groter maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij.
• Reductie van antibioticum gebruik hoort tot de speerpunten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
• De voedingsindustrie (ForFarmers & Trouw Nutrition) heeft behoefte aan nieuwe richtingen om met behulp van voerinterventies, infectieziekten te voorkomen. Dit project biedt nieuwe mogelijke aangrijpingspunten waarop voerinterventies effect kunnen hebben. ForFarmers heeft er belang bij om meer gerichte kennis over lactogene immuniteit te vergaren, om op basis van deze kennis nieuwe producten te ontwikkelen.
• Een gevalideerde detectietechniek om streptokokken specifieke antilichamen te meten in bloed, biest en speeksel kan het streptokokken onderzoek verfijnen en is waardevol voor de veterinaire farmaceutische industrie.
• De farmaceutische industrie (Boehringer Ingelheim) wil graag meer inzicht in de aanwezige streptokokken specifieke afweer en de complexe interacties tussen verschillende pathogenen. Dit kan leiden tot verbeterde vaccinatie strategieën of gecombineerde interventie mogelijkheden.
• De sector (varkenshouderij) is gebaat bij nieuwe inzichten in het voorkomen en bestrijden van streptokokken infecties.
• Hoger dierenwelzijn, minder economische schade

Communicatie naar de verschillende stakeholders wordt op de volgende manier georganiseerd:
• Wetenschappelijke publicaties / presentaties met representanten van de partners in de auteurslijst alsmede presentaties op nationale en internationale congressen waarborgen de wetenschappelijke communicatie.
• Communicatie met veehouders en dierenartsen wordt geborgd door de betrokkenheid van de bedrijven. ForFarmers en Trouw Nutrition hebben een uitgebreid netwerk van veehouders die hun producten afnemen. Eventuele nieuwe vindingen kunnen op deze manier snel bij de boeren terecht komen. Boehringer Ingelheim heeft naast contacten met veehouders ook een uitgebreid netwerk van dierenartsen, waardoor de kennis ook op dat niveau wordt verspreid.
• Kennisdisseminatie vindt plaats door een seminar te organiseren rond de streptokokken thematiek, al dan niet in combinatie met de andere thema’s binnen 1H4F. Dit kan vallen binnen de resultaten dag 1H4F, maar in samenspraak met de partners kan ook worden besloten een afsluitend symposium rond dit thema te organiseren.
• Onderzoekers van WBVR zullen de behaalde resultaten presenteren en bediscussiëren binnen de deelnemende bedrijven om elkaar maximaal te informeren en inspireren op thema’s die aan de PPS raken.

Terug