1H4F-Fight FLU! Vogelgriep: introducties voorkomen, impact verminderen

1H4F-Fight FLU! Vogelgriep: introducties voorkomen, impact verminderen

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

AF15225

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel>D3. Veilige en duurzame primaire productie

Startdatum

01/01/16

Einddatum

31/12/20

Samenvatting

Vogelgriep (Aviaire Influenza) is een continue bedreiging voor de pluimveesector en de volksgezondheid. Er zijn twee varianten van het vogelgriepvirus: de milde variant (laag pathogeen; LPAI) en de ernstige variant (hoog pathogeen; HPAI). LPAI virussen van het subtype H5 of H7 kunnen overgaan in HPAI virussen, daarom is een LPAI infectie veroorzaakt door virussen van de subtypes H5 en H7 sinds 2005 een bestrijdingsplichtige aandoening. Sinds de HPAI H7N7 uitbraak in Nederland in 2003 wordt er intensiever gezocht naar besmettingen met LPAI virussen bij pluimvee door middel van serologische monitoring en de zogenaamde ‘early warning’. Sinds de invoering van deze stringente monitoring van AI in pluimvee in Nederland worden er jaarlijks tussen de 4 en 40 pluimveebedrijven AI serologisch positief bevonden. Voor wat betreft de bestrijdingsplichtige AI subtypen (H5 en H7) liggen de getallen lager, maar ook daar waren recent uitschieters naar boven te zien. Uit het rapport “Relatieve risico’s van introductie van laag-pathogene aviaire influenza virus infecties op verschillende typen pluimveebedrijven in Nederland, 2007-2013” (Bouwstra en Elbers 2014) blijkt dat uitloopbedrijven een 7,7, keer groter risico hebben op een introductie met een LPAI virus dan bedrijven waar de legkippen binnen worden gehouden. Een verklaring hiervoor is dat pluimvee met vrije uitloop meer in contact komt met (uitwerpselen van) wilde vogels. Eind 2014 was er weer een uitbraak van HPAI, ditmaal zijn er slechts 5 bedrijven besmet geraakt. Tevens is het HPAI virus in Nederland aangetroffen in twee wilde smienten. Aangezien de HPAI uitbraken in 2014 plaats hebben gevonden in gesloten bedrijven is het zeer onwaarschijnlijk dat het virus is overgebracht door direct contact tussen wilde vogels en pluimvee. Dit betekent dat de uitbraken waarschijnlijk zijn veroorzaakt door insleep van besmet materiaal. Het is het meest waarschijnlijk dat er sprake is van afzonderlijke virus introducties vanuit de wilde vogel populatie naar het pluimvee op 4 van de 5 bedrijven m.u.v de twee bedrijven in Kamperveen waar verspreiding tussen bedrijven het meest waarschijnlijk lijkt (Bouwstra et al.,2015). Vogelgriep is een zoonose en kan dus consequenties hebben voor de volksgezondheid. De huidige uitbraken van H7N9 en H10N8 (China) zijn daar voorbeelden van. Onderzoek naar vogelgriep bij commercieel gehouden pluimvee is ook vanuit volksgezondheidsperspectief nodig om surveillance programma’s te verbeteren en interventie-strategieën te definiëren in een “One Health” concept, dus met betrekking op zowel veterinaire, ecologische, als volksgezondheidsaspecten. Het binnenhouden van pluimvee om vogelgriep introducties te voorkomen is geen structurele oplossing van dit probleem omdat consumenten meer en meer de voorkeur lijken te geven aan producten van pluimvee met vrije uitloop. Bovendien is gebleken o.a. tijdens de uitbraak eind 2014 dat introducties van vogelgriep ook plaatsvinden op gesloten bedrijven. Vogelgriepuitbraken veroorzaken enorme schade en ook in het licht van consumentenvertrouwen, dierenwelzijn, en de volksgezondheid moet naar duurzame oplossingen worden gezocht om het aantal introducties van AI in pluimvee te reduceren en om in geval van een introductie snel te handelen en verspreiding te voorkomen. Het is hoogst waarschijnlijk dat de infecties (zowel LPAI als H5N8 HPAI) resulteren van wilde watervogels, bij LPAI was dat altijd al zo en meer recent ook voor HPAI omdat HPAI stammen (H5N1 en vooral de nieuwe H5N2 en H5N8) in sommige vogelsoorten geen/nauwelijks ziektelast veroorzaken. Het vaker voorkomen van LPAI in de buurt van waterpartijen en watervogelgebieden versterkt het vermoeden van wilde watervogels als bron van de infecties (Bouwstra et al., 2015). Over de exacte wijze van overdracht van wilde vogels naar pluimvee bestaat echter nog veel onduidelijkheid. Meer begrip van dat mechanisme en de seizoensinvloed daarop is nodig om tot onderbouwde en concrete preventiemaatregelen te komen zoals specifieke eisen aan de inrichting, maatregelen die wilde watervogels afschrikken of periodiek ophokken. In dit onderzoekprogramma slaan deelnemers van een nationaal consortium bestaande uit kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid (WBVR, WUR, EU, UU, GD, SOVON, DWHC, Avined, LNV, KNMvD) de handen in een om op multidisciplinaire wijze een oplossing voor het probleem dichterbij te brengen. Er gebeurt al veel, maar door de complexiteit van het probleem is voor het beantwoorden van de kennisvragen een grotere inspanning nodig. De complexiteit van de ecologie van AI maakt dat er in risicogebieden (bv rond besmette bedrijven) en risicoperiodes intensieve studies moeten plaatsvinden om geholpen door moleculaire analyses en wiskundige modellering de mechanismes te ontrafelen en vandaar tot adequate preventiemaatregelen te komen. Virologisch en ornithologisch onderzoek is niet goedkoop en alleen voor een grondig onderzoek rond LPAI besmette bedrijven is veel geld nodig. Door dit multidisciplinair grootschalig aan te pakken (virologie, epidemiologie, ornithologie, pathologie) is beter begrip te voorzien.

Doel van het project

Vogelgriepuitbraken hebben grote maatschappelijke en economische gevolgen. Het is daarom belangrijk dat er op een integrale manier gewerkt wordt aan deze problematiek. In dit onderzoekprogramma slaan deelnemers van een nationaal consortium bestaande uit kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid (CVI-WUR, WU, EU, UU, GD, SOVON, DWHC, Avined, EZ, KNMvD) de handen ineen om op multidisciplinaire wijze een oplossing voor het probleem dichterbij te brengen. Als de doelen zoals hierboven beschreven zijn, bereikt worden dan is de impact van dit programma groot. Wetenschappelijke inzichten in de insleepkans van AI en daaraan gekoppelde risicofactoren geven de mogelijkheid om gerichte interventies te doen. De economische impact van goede preventiemaatregelen is groot, omdat kosten door uitbraken worden beperkt en handelsbelemmeringen worden verminderd. Vogelgriep is een zoonose en dus is het ook in belang van de volksgezondheid om vogelgriep uitbraken zoveel mogelijk te voorkomen. Bovendien is het van maatschappelijk belang om welzijn van dieren te bevorderen (bijvoorbeeld uitloop voor kippen) maar tegelijkertijd gezondheidsrisico’s voor dier en mens te beperken.

Relatie met missie (Motivatie)

De schade die uitbraken van vogelgriep met zich meebrengt, is groot en daarnaast is er ook vanuit de maatschappij steeds meer noodzaak om vogelgriep als zoonose te bestrijden. Door in te zetten op de 3 pijlers (introductierisico, risicofactoren en preventiemaatregelen) werken we aan een integrale aanpak waarbij er gestreefd wordt naar veilige productie met minder zoonosen. Daarnaast zullen de resultaten bijdragen aan mogelijkheden voor preventie van introducties. Uitbraken hebben direct een negatief gevolg voor de export van pluimvee en pluimveeproducten. Het voorkomen van insleep, snel handelen bij een uitbraak en voorkomen van verspreiding tussen bedrijven zorgen ervoor dat de handel zo goed als mogelijk gewaarborgd blijft. De ambitie FIGHT FLU geeft aan dat de verschillende partijen investeren in de bestrijding van vogelgriep en zal bijdragen aan een goed imago van de pluimveehouderij.

Geplande acties

2.4 Resultaat Zo SMART mogelijke beschrijving van de beoogde resultaten van het project. Het gaat om zowel de inhoudelijke resultaten (in relatie tot vraag 2.2) als resultaten zoals bijeenkomsten en rapporten. Geef zoveel mogelijk ook de planning per jaar.

Het project levert kennis over insleepkansen van vogelgriepvirussen, met de daaraan gekoppelde risicofactoren en effectieve preventiemaatregelen. Het project bestaat uit een aantal samenhangende deelprojecten die gezamenlijk ertoe zouden moeten leiden de doelstellingen zoals hierboven beschreven te bereiken.
1. Vaststellen van een proxy voor besmetting met AI
2. Vaststellen van het voorkomen van HPAI in migrerende vogels
3. Netwerk Wilde vogels – pluimvee opstellen
4. Netwerk optimaliseren met nieuwe kennis
5. Toetsen van interventies/preventieve maatregelen theoretisch en in het veld