Belang van vastlegging koolstof in de bodem voor mitigatie broeikasgassen

Belang van vastlegging koolstof in de bodem voor mitigatie broeikasgassen

Organisatie-onderdeel

TKI AF

Projectcode

AF17065

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>B. Klimaatneutrale landbouw en voedselproductie>B2. Landbouwbodems, emissiereductie lachgas en verhoging koolstofvastlegging

Startdatum

01/08/17

Einddatum

31/12/19

Samenvatting

De zuivelsector heeft als doel om klimaat neutrale groei te bereiken. Dit betekent concreet dat in 2020 niet meer broeikasgassen worden uitstoten dan in 2010. Dit terwijl er naar verwachting meer melk geproduceerd zal worden in 2020 dan in 2010. Het klimaatverdrag vraagt van alle landen een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Hiervoor zijn doelen gesteld. Nederland en de EU hebben zich hieraan gecommitteerd en een doel per land ingevoerd. Voor Nederland betekent dit dat er in 2020 20% minder broeikasgasuitstoot mag zijn dan in 1990. Wanneer de zuivelsector klimaat neutrale groei bereikt per 2020 ten opzichte van 2010, dan komt dat vrijwel overeen met de 20% van het landelijke doel. In 2015 is in Parijs een vervolg op de afspraken onder het klimaatverdrag ingezet. Op dit moment wordt in EU verband bekeken hoeveel de broeikasgasuitstoot in 2030 en 2050 moet dalen. Voor 2030 wordt nu gesproken over een verlaging van de uitstoot van 36%. Voor de melkveehouderij is het cruciaal dat er innovatieve oplossingen worden gevonden om broeikasgasemissies te beperken om een gezonde, duurzame en door de maatschappij geaccepteerde groei van de sector te bewerkstelligen.
Nederlandse melkveehouders zijn van mening dat de melkveehouderij een belangrijke bijdrage levert aan klimaatsverandering omdat hun land en gewassen in staat zijn Koolstof (C) vast te leggen. Bijkomend voordeel van C vastlegging in de bodem is dat hierdoor de productiviteit van de gronden, biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en water en mineralen vasthoudend vermogen verbeteren. Zij wensen dan ook dat C vastlegging van gewassen wordt opgenomen in de berekening van hun bedrijfsspecifieke carbon footprint. De indruk van wetenschappers is echter dat het C gehalte van bodem in zand en kleigronden al twintig jaar min of meer constant is en dat veengronden vanwege ontwatering netto CO2 uitstoten. Het is daarom van belang voorafgaand aan het opnemen van C vastlegging in de berekening van de bedrijfsspecifieke carbon footprint goed te weten wat het effect is op de carbon footprint van de gehele Nederlandse zuivelsector. Dit TKI project voorziet in deze behoefte door een rekenmethode te ontwikkelen om de C balans van de bodem mee te nemen in de bedrijfsspecifieke carbon footprint monitoring, een overzicht te geven van C vastlegging in het verleden en overzicht te geven van het huidige C vastlegging op 30 pilot bedrijven.