De waarde van schimmelbehandeling van laagwaardige biomassa

De waarde van schimmelbehandeling van laagwaardige biomassa

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

LWV19073

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A3. Hergebruik organische zij- en reststromen

Startdatum

01/01/20

Einddatum

31/12/24

Samenvatting

Witrotschimmels hebben de eigenschap dat ze selectief lignine afbreken. Door deze schimmels wordt biomassa ontsloten en kan het cellulose en hemicellulose in de celwanden makkelijk afgebroken worden, bv in de pens van herkauwers. Proeven op laboratoriumschaal hebben reeds de potentie van de schimmeltechniek aangetoond. Echter, de techniek moet geschikt worden gemaakt om op praktijkschaal ingezet te kunnen worden, in derdewereld landen, maar ook in Nederland.

Doel van het project

Toepassing van de schimmeltechniek is niet alleen van belang voor de veevoeding in derdewereld landen, maar in de toekomst zeker ook voor Europa. De schimmeltechniek, met exact dezelfde procedures, kan ook gebruikt worden om biobrandstoffen (methaan, ethanol) te produceren uit biomassa. De chemische industrie zoekt alternatieven voor zetmeel als basis, en kan overschakelen naar door schimmels ontsloten biomassa. De schimmeltechniek heeft zijn waarde reeds bewezen op laboratoriumschaal. De techniek moet nu opgeschaald worden om in de praktijk te kunnen worden gebruikt. Binnen dit project wordt onderzoek gedaan om de schimmeltechniek op te schalen naar praktijkschaal in een derdewereld land (lowtech, Vietnam) en in Nederland (hightech) in samenwerking met gespecialiseerde industrie.

Relatie met missie (Motivatie)

1.1 Motivatie
Door de groeiende wereldbevolking en toenemende rijkdom zal er in de toekomst steeds meer vraag zijn naar vlees en dierproducten, zoals melk en eieren. Door deze toenemende vraag neemt de vraag naar diervoeding toe en zal er voor de productie ervan steeds meer competitie zijn met de productie van voedsel voor humane doeleinden en met de productie van biobrandstoffen. Bovendien worden veel veevoederingrediënten geïmporteerd uit andere delen van de wereld, zoals Azië en Noord- en Zuid-Amerika, hetgeen niet duurzaam is. De bodem in de producerende landen wordt uitgeput, terwijl de ontvangende landen, waaronder Nederland, te maken hebben met een groot overschot aan mest en mineralen. Om te komen tot een werkelijke circulaire landbouw zal daarom veel minder tot geen gebruik moeten worden gemaakt van geïmporteerde veevoedergrondstoffen, maar veel meer van grondstoffen, bijproducten en restproducten uit Nederland en Europa zelf, iets waar ook de EU naar streeft. In veel gevallen wordt dit reeds gedaan, b.v. bierbostel, bietenpulp, aardappelpersvezel etc. Veel andere bij- en afvalproducten worden echter niet gebruikt omdat de voederwaarde te laag is. Dat geldt met name voor biomassa met een hoog ligninegehalte, zoals stro, riet en snoei- en tuinafval, maar ook afval van de humane voedingsindustrie, zoal pinda- en cacaodoppen etc. Bepaalde schimmels kunnen de lignine afbreken en zo de laagwaardige biomassa opwaarderen tot waardevol voer voor herkauwers.

Geplande acties

Het doel van het project is om de schimmeltechniek op te schalen opdat het in de praktijk gebruikt kan worden. Dit wordt gedaan onder Nederlandse condities, in samenwerking met de industrie, en in Vietnam, onder lowtech condities. Het project moet uiteindelijk een protocol opleveren hoe de schimmeltechniek voor grotere hoeveelheden toe te passen. De protocollen zullen in het Nederlands, Engels en Vietnamees geschreven worden. De resultaten zullen neergelegd worden in wetenschappelijke publicaties, maar gecommuniceerd worden met de sector.

Naam projectleider

John Cone