duurzame gewasbescherming van bladgewassen

duurzame gewasbescherming van bladgewassen

Organisatie-onderdeel

TKI TU

Projectcode

LWV19119

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/01/20

Einddatum

31/12/23

Samenvatting

De maatschappij wil naar verduurzaming van voedselproductie en consumenten moeten erop kunnen vertrouwen dat het voedsel en de productie daarvan veilig is. Daarnaast moet het oppervlaktewater in Nederland voldoen aan steeds strengere eisen ten aanzien van uitspoeling van bestrijdingsmiddelen. Deze ontwikkelingen noodzaken telers van bladgewassen om te werken aan het verduurzamen van hun teelt.

Bladgewassen worden in hun groei sterk belemmerd door insecten en schimmels en het is daarom nodig om chemische gewasbeschermingsmiddelen toe te passen. De marktsituatie dwingt de teler tot grootschalige productie en dit betekent een intensief grondgebruik waardoor de emissie van gewasbeschermingsmiddelen ongewenst hoog is. De druk op het gebruik van deze middelen neemt toe en het middelenpakket neemt af. Het is de verwachting dat binnen nu en 5 jaar 40% van de huidige middelen zal wegvallen.
De telers beseffen de noodzaak van nog duurzamere teeltsystemen, maar lopen tegen grenzen aan in de mogelijkheden om daartoe te komen. Ze luiden daarom de noodklok: de beschikbaarheid van topkwaliteit groenten van Nederlandse bodem voor de consument komt in gevaar als er geen betere alternatieven komen voor duurzamere productie. Het wordt al pijnlijk duidelijk dat dit scenario realiteit kan worden: het aantal telers dat definitief stopt met de teelt van vollegrondgroenten neemt in snel tempo toe. Het steeds beperktere middelenpakket en ontbreken van alternatieven is daar een belangrijke oorzaak van.
Voor consumenten, supermarkten en groentehandel komt de beschikbaarheid van duurzaam en veilig geproduceerde producten dus in gevaar. Als teelten in Nederland wegvallen betekent dit voor toeleveranciers een sterke reducering of zelfs het geheel verdwijnen van een zeer innovatieve afzetmarkt. Kortom: het vinden van oplossingen om tot duurzamere productie te komen is in het belang van de hele keten.
Binnen de bladgewassen zijn slechts beperkte alternatieven voor het afnemend aantal middelen. Door het wegvallen van neonicotinoïden hebben die gewassen bijvoorbeeld grote problemen met insecten. Omdat vrijwel het hele gewas wordt gebruikt voor consumptie is het inzetten van natuurlijke vijanden vrijwel niet mogelijk. Daarnaast zijn de teelten kort waardoor het opbouwen van een evenwicht ook niet mogelijk is. Er zullen daarom andere oplossingen gezocht moeten worden.

Doel van het project

Doelstelling van dit project is kennis vergaren over de milieubelasting en beheerbaarheid van bestaande en perspectiefvolle gewasbeschermingsstrategieën voor bladgewassen. Onderzoek vindt plaats in de belangrijkste sla- en selderijteelten. Het onderzoek richt zich specifiek op:
1. Testen van de weerbaarheid van rassen
2. Inzetten van low risk middelen
3. Gebruik van multi-spectrale camera’s en sensoren om aantasting van ziekten in een heel vroeg stadium te detecteren, inclusief experimenten met drones
4. Inzetten van beslissingsondersteunende systemen om de effectiviteit van low risk middelen te vergroten
5. Risico inventarisatie naar de effecten van low risk middelen op voedselveiligheid
6. Ontwikkelen van systeemstrategie
Voor de sla-gewassen staat duurzame beheersing en bestrijding van luizen, rupsen en Bremia centraal. Voor de selderij is het onderzoek gericht op wantsen en Septoria (bladvlekken).

Geplande acties

De nadruk ligt op het ontwikkelen van effectieve en duurzame strategieën zodat bij hoge ziekte- en plaagdruk misoogsten en onoverkomelijke schade aan de bladgewassen voorkomen worden. Deze strategieën zijn systeeminnovaties die in de praktijk worden geïmplementeerd. Productie van kwalitatief uitstekende gewassen blijft zodoende gewaarborgd terwijl de groene beheersingsmethoden de meer milieuonvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen verdringen.

De volgende vragen dienen beantwoord te worden om het doel te realiseren:
1. Hoe kunnen groene gewasbescherming en inzet van low risk middelen effectief gebruikt worden in de bladgewassen?
2. De inzet van behandelingen met low risk middelen in de bladgewassen is nu laag. Hoe kan de effectiviteit verbeterd worden? Wat is het optimale toedieningsmoment? Hoe kunnen beslissingsondersteunende systemen (BOS systemen) bijdragen aan een toename van de effectiviteit?
3. Hoe kunnen low-risk middelen ingepast worden in geïntegreerde en duurzame gewasbescherming strategieën?
4. Kunnen multi-spectrale camera’s en sensoren een zeer vroege aantasting van Bremia en bladvlekken detecteren? Hoe vertalen we vervolgens de gedetecteerde aantasting in een precieze behandeling, zodanig dat het gewas gedurende de groeiperiode tot aan oogst aanzienlijk minder zal worden aangetast?
5. Wat is de weerbaarheid van rassen tegen ziekten en plagen?
6. Kunnen nieuwe technische instrumenten zoals drones met sensoren bijdragen aan een duurzamere manier van gewasbescherming
7. Wat zijn de effecten van in de teelt toegepaste low risk middelen op voedselveiligheid en markteisen?