Een groene tuin, een gezonde tuin

Een groene tuin, een gezonde tuin

Organisatie-onderdeel

TKI TU

Projectcode

TU18042

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel>D2. De consument, duurzame en gezonde voeding in een groene leefomgeving

Startdatum

01/01/19

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

De onderbouwing voor dat groen in de woonomgeving bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn van burgers wordt steeds sterker. Veel van de veronderstelde mechanismen achter die relatie gaan er vanuit dat het niet puur de aanwezigheid van het groen is dat dit welzijn bevordert, maar dat hiervoor contact met natuur nodig is, en wel hoe meer contact, hoe beter. Groen in de woonomgeving is volgens deze redenering van belang omdat dit contact met natuur bevordert. Tegelijkertijd is aangetoond dat alleen al van visueel contact, het zien van groen, een positief effect uitgaat.

Er nog weinig bekend over welk groen het meest effectief is met het oog op gezondheid en welzijn. Uitgaande van het belang van de mate van contact, zou groen waarmee men gemakkelijk in contact komt en dat men aantrekkelijk vindt als men het waarneemt, relatief effectief moeten zijn. Het groen in de eigen tuin zal doorgaans aan deze voorwaarden voldoen: dichtbij en naar eigen voorkeuren ingericht. Daarmee zouden mensen met een groene tuin gezondheidshalve wel eens beter af kunnen zijn dan mensen zonder een tuin, of met minder groen in die tuin. In dit project wordt deze hypothese onderzocht. Tegelijkertijd wordt nagegaan in welke mate eigen tuingroen, indien aanwezig, kan compenseren voor een geringe aanwezigheid van ander groen in de woonomgeving. En omgekeerd: of een ruim aanbod van groen buiten het eigen perceel in dit opzicht kan compenseren voor het ontbreken van eigen tuingroen. Voor het beantwoorden van deze vragen worden op grote schaal ruimtelijke gedetailleerde gegevens over het groen in de eigen tuin en daarbuiten verzameld en gecombineerd met reeds beschikbare gegevens over de gezondheid van bewoners.

groen in de woonomgeving bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn van burgers wordt steeds sterker. Veel van de veronderstelde mechanismen achter die relatie gaan er vanuit dat het niet puur de aanwezigheid van het groen is dat dit welzijn bevordert, maar dat hiervoor contact met natuur nodig is, en wel hoe meer contact, hoe beter. Groen in de woonomgeving is volgens deze redenering van belang omdat dit contact met natuur bevordert. Tegelijkertijd is aangetoond dat alleen al van visueel contact, het zien van groen, een positief effect uitgaat.

Er nog weinig bekend over welk groen het meest effectief is met het oog op gezondheid en welzijn. Uitgaande van het belang van de mate van contact, zou groen waarmee men gemakkelijk in contact komt en dat men aantrekkelijk vindt als men het waarneemt, relatief effectief moeten zijn. Het groen in de eigen tuin zal doorgaans aan deze voorwaarden voldoen: dichtbij en naar eigen voorkeuren ingericht. Daarmee zouden mensen met een groene tuin gezondheidshalve wel eens beter af kunnen zijn dan mensen zonder een tuin, of met minder groen in die tuin. In dit project wordt deze hypothese onderzocht. Tegelijkertijd wordt nagegaan in welke mate eigen tuingroen, indien aanwezig, kan compenseren voor een geringe aanwezigheid van ander groen in de woonomgeving. En omgekeerd: of een ruim aanbod van groen buiten het eigen perceel in dit opzicht kan compenseren voor het ontbreken van eigen tuingroen. Voor het beantwoorden van deze vragen worden op grote schaal ruimtelijke gedetailleerde gegevens over het groen in de eigen tuin en daarbuiten verzameld en gecombineerd met reeds beschikbare gegevens over de gezondheid van bewoners.

Als het beschikken over eigen tuingroen relatief sterk bijdraagt aan gezondheid en welzijn, dan is dit een extra reden om privétuinen (verder) te ontstenen, naast het meer klimaatbestendig maken van steden. En als het ontbreken van een groene tuin bij huis in gezondheidsopzicht maar beperkt gecompenseerd kan worden door ander groen in de woonomgeving, dan is dit ook relevant voor het vormgeven van de woningbouwopgave. Daarnaast probeert het onderzoek om meer zicht te krijgen op wat hierbij belangrijke kenmerken van het groen en de natuur in de woonomgeving zijn. Zo wordt voor het groen, zowel in de eigen tuin als daarbuiten, in beeld gebracht wat de hoogte van dit groen is. Hiermee kan in ieder geval gras worden onderscheiden van bomen. En er wordt gekeken naar het belang van de biodiversiteit van de natuur in de woonomgeving, in de vorm van de soortenrijkdom van stadsvogels, in aanvulling op de hoeveelheid groen.

Doel van het project

Het doel van MMIP D2 is om maximaal bij te dragen aan het produceren en consumeren van een gezonder en duurzamer voedselaanbod en het creëren van een gezonde, groene, leefomgeving, wat moeten leiden tot een gezond opgroeiende en ouder wordende populatie. Hierbij moet de gezonde keuze de makkelijke keuze worden. Dit project richt zich daarbinnen op het deelprogramma “Groene leefomgeving en gezondheid”. Het uitgangspunt van dit deelprogramma is dat het ontwikkelen van woon/werk concepten voor een groene omgeving en meer keuze voor een groene omgeving, leidt tot het vergroten van positieve gezondheidseffecten en welbevinden. Het project richt zich nadrukkelijk op het bepalen van het belang van een groene leefomgeving voor de gezondheid en het welzijn van burgers, en op welk groen daarbij met name een positieve rol speelt. Het sluit daarmee rechtstreeks aan bij het doel van het deelprogramma en wil beleidsmakers en de praktijk helpen bij het kiezen van gezondheidsbevorderende woonconcepten, voor wat betreft de rol van groen hierbij. Het project is onderdeel van het prioritaire programma “De Groene Agenda”, gericht op de positieve baten van een groene omgeving voor gezondheid en welbevinden, en toeleverend aan andere projecten binnen dit programma.

Relatie met missie (Motivatie)

Gegeven de grote woningbouwopgave waarvoor Nederland zich gesteld ziet, die vervolgens de samenstelling van de woningvoorraad voor decennia zal bepalen, is het van belang om te kiezen voor woonconcepten die bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van bewoners. Groen kan hierbij een positieve rol spelen. Maar zeker in een stedelijke context is de ruimte beperkt en de grond duur. Het streven dat een groot deel van de nieuwe woningen via inbreiding gerealiseerd moet worden, legt hier nog eens extra druk op. Dit maakt het zaak om te kiezen voor vormen van groen die het meest effectief zijn in het genereren van gezondheids- en welzijnsbaten. Daarnaast is het ook van belang meer zicht te krijgen op de omvang van de baten van diverse vormen van groen. Als een duurdere en/of meer ruimte in beslag nemende vorm van groen per Euro of vierkante meter veel meer welzijnsbaten genereert dan goedkopere en/of minder ruimte in beslag nemende vormen, dan zou hier in de afweging met andere vormen van groen of grondgebruik toch voor gekozen kunnen worden. Daarnaast wijzen meerdere studies erop dat groen in de woonomgeving met name voor mensen met een lagere sociaaleconomische status gerelateerd is aan gezondheid en welzijn. Door ervoor te zorgen dat ook deze mensen een goede toegang tot (effectief) groen hebben, zouden dan vervolgens sociaaleconomische gezondheidsverschillen verkleind kunnen worden (zie ook SDG 11.7). Het verkleinen van deze verschillen heeft een hoge prioriteit in het gezondheidsbeleid (zie KIA Gezondheid en Zorg). Aan dit aspect zal in het project ook aandacht worden geschonken.

Geplande acties

De beoogde inhoudelijke resultaten zijn als volgt:
- het ontwikkelen van een methode om te bepalen hoeveel groen er in privétuinen aanwezig is
- het op grote schaal toepassen van die methode, in ieder geval voor die gebieden waar ook gezondheidsgegevens beschikbaar zijn (zodat deze later, op adresniveau, aan elkaar gekoppeld kunnen worden)
- het valideren van de methode en de data die dit oplevert: hoe nauwkeurig is de groenclassificatie?
- het eveneens bepalen van hoeveel groen er in de woonomgeving aanwezig is, voor drie buffers rondom het adres: 125, 250 en 500 meter
- het analyseren van de onderlinge verbanden tussen eigen tuingroen en overig, veelal publiek groen in de woonomgeving
- het analyseren van de relaties tussen tuinbezit en het groenaanbod, en diverse kenmerken van de buurt waarin de woning gelegen is
- het (laten) koppelen van de groengegevens, plus diverse andere omgevingskenmerken (oppervlaktewater, luchtkwaliteit, geluidsbelasting), aan gezondheidsgegevens uit patiëntenregistraties van huisartsen
- het analyseren van de relatie tussen de gezondheid van bewoners en kenmerken van de woonomgeving, met daarbij de focus op tuinbezit, het groen in de eigen tuin, en het groen daarbuiten.

De beoogde resultaten in termen van deliverables zijn:
- twee consortiumbijeenkomsten per jaar
- (interne) tussenrapportage
- WENR-rapport
- wetenschappelijk artikel
- bijdragen voor vakbladen
- presentaties van het onderzoek voor diverse doelgroepen (wetenschap, beleid, praktijk)

Naam projectleider

Sjerp de Vries
Terug