Functionele Biodiversiteit in en om de kas

Functionele Biodiversiteit in en om de kas

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

LWV19162

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/02/20

Einddatum

31/12/23

Samenvatting

Aanleiding: De achteruitgang van de biodiversiteit is wereldwijd en in Nederland een groot punt van zorg. In glastuinbouwgebieden zijn terreinen (braakliggend land, wegbermen, ruimte om de kas bv) beschikbaar die kunnen worden ingezet voor biodiversiteitsherstel. Biodiversiteit kan ook risico’s met zich meebrengen, planten kunnen bijvoorbeeld insecten en virussen bevatten die schadelijk zijn voor de productiegewassen. Maar biodiversiteit kan juist ook functioneel zijn en een versterking voor de tuinbouw(sector) betekenen, mits op de juiste wijze vormgegeven en toegepast.
Doel: Onderzoeken hoe (nieuwe) glastuinbouwgebieden biodiverser kunnen worden ingericht op een wijze die winstgevend is voor zowel natuur als de bedrijven. Het gaat dus om herstel/verbetering van biodiversiteit waarmee tegelijkertijd invlieg van schadelijke organismen wordt voorkomen en dat van nuttigen wordt versterkt (functionele biodiversiteit).
Vernieuwing: Biodiversiteit om de kas inzetten voor problemen met schadelijke wantsen en suboptimale bestuiving in de kas is vernieuwend. Biodiversiteit om de kas wordt zo geen risico meer, maar draagt bij aan een duurzame en natuur-inclusieve glastuinbouw. Ook vernieuwend is de aandacht voor de relatie tussen biodiversiteit in- en om de kas.
Impact:
Voor de sector levert het project betere mogelijkheden om schade door binnenvliegende wantsen in uiteenlopende gewassen te voorkomen, en geeft dit een verminderde afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Voor zacht fruit draagt dit project bij aan een betere bestuiving en een aanvullende bestrijding van verschillende plagen. Verder zal meer biodiversiteit in glastuinbouwgebieden bijdragen aan een beter imago van de sector en leefomgeving.
Voor de wetenschap betekent dit project dat er kennis opgebouwd wordt over de invloed van de directe omgeving van kassen op plaagbestrijding en bestuiving in kassen. Deze kennis is niet of nauwelijks aanwezig. Gezien het wereldwijde belang van biodiversiteitsherstel en tegelijkertijd ook de groei van bedekte teelten/glastuinbouw, is het belangrijk bij te dragen aan wetenschappelijke onderbouwing van deze aanpak.
Voor de maatschappij is het verbeteren van de biodiversiteit cruciaal; dit project draagt daar aan bij. Verder heeft het biodiverser inrichten van glastuinbouwgebieden positieve invloed op de woon- en werkomgeving, en dus welbevinden, van veel mensen. Bovendien wordt het glastuinbouwgebied aantrekkelijker voor recreatie.

Doel van het project

Onderzoeken hoe (nieuwe) glastuinbouwgebieden biodiverser kunnen worden ingericht op een wijze die winstgevend is voor zowel natuur als bedrijven. Het gaat dus om herstel/verbetering van biodiversiteit waarmee tegelijkertijd invlieg van schadelijke organismen wordt voorkomen en dat van nuttigen wordt versterkt (functionele biodiversiteit).

Relatie met missie (Motivatie)

Dit project sluit aan bij Missie A Kringlooplandbouw, subthema 5: Herstel en benutten van biodiversiteit. Een belangrijke belemmering bij het bereiken van deze opgave is de focus op maximalisatie van de productie. Doordat we in dit project juist de winstgevendheid voor zowel natuur als bedrijven nastreven verwachten we een verschuiving van de focus naar natuur-inclusiviteit.
In afsprakenkaders zoals Deltaplan Biodiversiteitsherstel gaat aandacht uit naar de open teelten. Echter, het is belangrijk ook het vizier op de glastuinbouw te richten, ondanks het kleinere grondbeslag. Bebouwde omgeving, waartoe de glastuinbouw gerekend kan worden, draagt bij aan de versnippering van natuur. Juist in glastuinbouwgebieden zijn vaak braakliggende gronden te vinden (in Oostland bijvoorbeeld ca. 400 ha), en zijn er vele waterwegen met aanpalende groenstroken en bermen. Ook is de ruimte rond de kas vaak beter te benutten voor biodiversiteitsherstel dan nu gebeurt (ook als er rekening gehouden wordt met eventuele risico’s).
Verder draagt het project bij aan het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit is relevant voor de missies Kringlooplandbouw en verduurzaming van de glastuinbouw.

Geplande acties

De volgende resultaten worden opgeleverd (voor jaarplanning zie bijlage):
• Voor geselecteerde glastuinbouwgebieden zijn de vegetaties en bijbehorende plagen en natuurlijke vijanden op hoofdlijnen in kaart gebracht. Meer in detail (genus/speciesniveau) zijn aanwezige schadelijke wantsen en hun natuurlijke vijanden, en zweefvliegen en hun prooien geïnventariseerd. De plantfunctionaliteiten zijn geanalyseerd, inclusief eventuele waardplantfuncties voor plantenziekten. Waar mogelijk is het voorkomen van plagen gekoppeld aan type vegetatie en omgevingsfactoren.
• Biodiverse inrichtingen van verschillende typen terreinen zijn ontworpen en getoetst (met extra aandacht voor voorkomen invlieg door wantsen en stimulering zweefvliegen).
• Voor schadelijke wantsen (Nezara in paprika, en behaarde wants en brandnetelwants in chrysant) is daarnaast:
o Een methode voor selectieve bestrijding met inzet van lokplanten ontwikkeld, getoetst en gedemonstreerd.
o Inzicht verkregen in de mogelijke nevenwerking van lokplanten en vallen op nuttige wantsen.
o Een beheersplan ‘invlieg en bestrijding schadelijke wantsen’ ontwikkeld.
• Voor verschillende zweefvliegsoorten wordt daarnaast inzicht opgeleverd mbt:
o De bijdrage die zweefvliegen afzonderlijk en in combinatie met hommels/bijen leveren aan de bestuiving in zachtfruit (voor geselecteerd gewas).
o De bijdrage van zweefvliegen aan de bestrijding van bladluizen (voor geselecteerd gewas).
o De mogelijkheden van gecombineerde inzet van zweefvliegen als bestuivers en bestrijders met gebruik van nectarstations (voor geselecteerd gewas).

Naam projectleider

Ellen Beerling