Groen op Zaad

Groen op Zaad

Organisatie-onderdeel

TKI TU

Projectcode

LWV20248

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/03/21

Einddatum

31/12/24

Samenvatting

Om te komen tot een robuust en weerbaar teeltsysteem is gezond uitgangsmateriaal een cruciale basis
waarmee binnen een geïntegreerde teelt maximaal wordt voorkomen dat het gewas aangetast wordt door
ziekten en plagen. Dit om later in de teelt niet te hoeven corrigeren met mogelijk negatieve impact op het
milieu tot gevolg. Zaadbehandelingen spelen hierin een belangrijke rol; zaadbedrijven behandelen veelal het
uitgangsmateriaal bestemd voor plantentelers (vermeerderaars) of telers tegen ziekten en plagen. Hierbij
worden gewasbeschermingsmiddelen (gbm) in zeer kleine hoeveelheden op het zaad aangebracht. Belangrijk
voordeel van een zaadbehandeling is dat de plant die uit het zaad groeit vanaf het begin tegen diverse ziekten
en plagen wordt beschermd. Door deze kleine toegepaste hoeveelheden en de gerichte toediening op het zaad
komt er significant minder middel in het milieu terecht dan wanneer een ziekte of plaag door een teler in het
veld moet worden bestreden. De zaadbehandeling vindt overwegend plaats met chemische gbm. Er is een
duidelijke maatschappelijke roep om de toepassing van chemische gbm te verminderen en te vervangen door
groenere alternatieven. De sector zelf vraagt ook om alternatieven voor het snel kleiner wordende pakket aan
chemische zaadbehandelingsmiddelen. De neonicotinoïden en middelen op basis van thiram zijn inmiddels niet
meer toegelaten en het veel toegepaste metalaxyl staat sterk onder druk. Mogelijke alternatieven voor de
chemische zaadbehandelingsmiddelen kunnen gezocht worden in de laag risico en biologische gbm en/of de
biostimulanten. De definitie van biologische gbm wordt gehanteerd zoals omschreven in de Green Deal:
Groene middelen zijn “middelen van natuurlijke oorsprong zoals van planten, dieren, micro-organismen of
bepaalde mineralen, of nagemaakte middelen die identiek zijn aan de natuurlijke stof met een ingeschat laag
risico voor mens, dier, milieu en niet-doelwit organismen”. Laag risico gbm zijn stoffen die volgens de
beoordelingsprocedure voor werkzame stoffen een laag risico heeft op gezondheid en milieu. Biostimulanten
zijn producten die geen werking hebben op ziekten en plagen, bij werking op biotische stress dient een middel
namelijk onder 1107/2009 geregistreerd te worden. Een biostimulant wordt in verordening 2019/1009
gedefinieerd als een product dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van het gehalte
aan nutriënten van het product, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant of
de rhizosfeer van de plant te verbeteren; de efficiëntie van het gebruik van nutriënten, de tolerantie voor
abiotische stress, kwaliteitskenmerken of de beschikbaarheid van in de bodem of in de rhizosfeer
vastgehouden nutriënten. De wetgeving rondom biostimulanten is momenteel in beweging om zonder
concessies te doen aan veiligheid voor mens en milieu wel maximaal gebruik te kunnen maken van deze groep
middelen in het realiseren van robuuste en weerbare teeltsystemen zoals omschreven in de Visie
gewasbescherming 2030 van Minister Schouten, wat verder is uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Dit 4
jarige project richt zich op het ontwikkelen van nieuwe, laag risico en biologische zaadbehandelingsmiddelen
ter vervanging van de chemische gbm die tot nu toe voornamelijk gebruikt worden waarbij ook gekeken wordt
naar verschillende zaadbehandeling en toepassingstechnieken (zoals Phyto Drip) om de werking van de
producten te optimaliseren. Dit zal gedaan worden in 3 werkpakketten:
 Een gerichte inventarisatie van de wereldwijd beschikbare biologische en laag risico gbm die potentieel
interessant zijn voor toepassing als zaadbehandeling
 Het opzetten en uitvoeren van een standaard toets systematiek op biotische en abiotische stress
 Het ontwikkelen van gewas/product specifieke coatings/coatingsmethodiek als de standaard coating niet
voldoet of nadelige effecten kent.

Doel van het project

Vermindering van afhankelijkheid van de chemische gewasbescherming draagt bij aan het realiseren van de
ambitie dat in 2030 de land- en tuinbouw gebruik kan maken van robuuste teeltsystemen met nagenoeg geen
emissies naar grond- en oppervlaktewater én dat we de Green Deal/Farm to Fork doelstellingen van 50%
reductie van het gebruik van chemische gbm als ook de groei van 5 naar 25% biologische landbouw realiseren.

Naam projectleider

Joris Roskam
Terug