Groente als ingrediënt

Groente als ingrediënt

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

AF16073

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel>D2. De consument, duurzame en gezonde voeding in een groene leefomgeving

Startdatum

01/01/17

Einddatum

31/12/20

Samenvatting

Om de groenteconsumptie substantieel te stimuleren bij jongeren (12-18 jaar) met een lage sociaaleconomische positie, is er behoefte aan een sterke verbreding van het productaanbod. Naast verse minimaal bewerkte groenten zijn groenterijke producten, die verwerkte groenten bevatten, hiervoor interessant. Het doel van dit project is het verhogen van de groenteconsumptie door het ontwikkelen van een gevarieerd productaanbod voor jongeren, geschikt voor eetmomenten buiten de warme maaltijd.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid groente van 250 gram wordt door jongeren bij lange na niet gehaald. Jongens eten gemiddeld 94 gram groente per dag, en meisjes 90 gram. Minder gezonde eetgewoonten zijn vooral te zien bij consumenten met een lagere sociaaleconomische positie.

Bij het ontwikkelen van commercieel haalbare (verse) groente- en groenterijke producten is de houdbaarheid van minimaal 10 dagen een knelpunt dat een innovatieve aanpak vereist. Bij het huidige aanbod van groenterijke producten voor eetmomenten buiten de warme maaltijd, is het gehalte aan toegevoegd zout, suiker of (verzadigd) vet vaak te hoog. Daardoor gaat een hogere groenteconsumptie gepaard met een ongewenste hoge inname van ongezonde nutriënten en voldoen deze producten niet aan de richtlijnen gezonde voeding. Een laag gehalte aan deze nutriënten bij het ontwikkelen van innovatieve nieuwe groenterijke producten is een uitdaging, met name vanwege smaakaspecten.

Doel van het project

Het doel van het project is de ontwikkeling van verschillende groenterijke producten voor jongeren voor een eetmoment buiten de warme maaltijd, waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met de richtlijnen gezonde voeding met betrekking tot calorie-inname en gehalte aan toegevoegd zout, suiker of (verzadigd) vet.

Dit project betrekt jongeren vanaf de start bij de ontwikkeling en het testen van nieuwe groenteproducten. De verwachting is dat dit project zal leiden tot een nieuwe aanpak rond productontwikkeling en onderzoek bij deze specifieke doelgroepen in real-life situaties.

Het effect van het aanbieden van deze producten op de groente-inname wordt bepaald in een real life situatie, namelijk in een schoolkantine.
Om de producten zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de gewoontes van de jongeren, wordt ook hun huidige eetgedrag in kaart gebracht. De jongeren worden ook betrokken bij de evaluatie van de groenteconcepten.

Dit project maakt de groente-inname voor jongeren makkelijker door aan te sluiten bij hun huidige eetgedrag. Hiermee draagt het project bij aan MMIP D2, wat als doel heeft om te faciliteren dat de Nederlandse bevolking in goede gezondheid opgroeit en ouder wordt. Focus van de bijdrage vanuit dit project ligt op het thema “Consumentengedrag voor gezonde en duurzame keuzes”.

Relatie met missie (Motivatie)

Het eetpatroon van jongeren, en dan vooral de groente- en fruit inname, is voor verbetering vatbaar. Een gezond eetpatroon draagt bij aan het voorkomen van welvaartsziekten zoals obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten. Binnen dit project worden groenterijke producten ontwikkeld die aansluiten bij het huidige eetpatroon van jongeren. Zo kunnen jongeren hun groente-inname verhogen zonder dat dit veel moeite kost. Hiermee draagt het project bij aan het doel van de MMIP om de gezonde keuze de makkelijke keuze te maken.

Geplande acties

WP1. Verkenning
• Overzicht van gewoontes, wensen en behoeften van jongeren uit de doelgroepen lage SES en allochtone Nederlanders t.a.v. producten buiten de warme maaltijd.
• Overzicht van het huidige productaanbod van groente- en groenterijke producten bij het ontbijt, lunch en tussendoortjes voor deze doelgroepen. De focus ligt in eerste instantie op school- en sportkantines.
• Verkenning van mogelijkheden om de houdbaarheid van minimaal bewerkte verse groenteproducten (voor consumptie buiten de warme maaltijd) te verlengen.
• Inzicht in goede uitgangspunten voor de kwaliteit van groenterijke producten voor het maximale gehalte aan (toegevoegd) suiker, zout en (verzadigd) vet.
• Inventarisatie kansrijke reeds eerder ontwikkelde product/concept-ideeën, die nog niet getest zijn (in een real-life situatie).
• Selectie van 2 eetmomenten en daaraan gekoppeld 2 eetlocaties voor de pilot testfase.

WP2. Ontwikkeling en pilot testfase
• Ontwikkeling van nieuwe prototypes groente- en groenterijke producten.
• Pilot testen bij de doelgroepen met prototypes groente- en groenterijke producten.
• Selectie van meest aansprekende producten.
• Ontwerp van de real-life testfase met de meest aansprekende producten.

WP3. Real life testfase
• Inzicht in het effect van langdurig aanbieden van nieuwe groenteconcepten op meerdere locaties: de invloed van diverse nudges (aanbiedingsvorm, lagere prijs, vormen van communicatie enz.) op de aankoop.
• Inzicht in de waardering en beleving van de producten bij de onderzochte doelgroepen.

WP4. Validatie en disseminatie
• Inzicht of de nieuwe groenteconcepten leiden tot een hogere groenteconsumptie (waardering korte termijn).
• Inzicht of de nieuwe groenteconcepten leiden tot een ander eetgedrag (waardering langere termijn).
• Impactberekening: berekening van de totale groente-, suiker-, zout- en vetconsumptie bij een eetpatroon met de nieuwe groenteproducten vergeleken met een eetpatroon met traditionele producten (gebaseerd op VCP data).
• Disseminatie van onderzoeksresultaten.

WP5. Communicatie
• Via diverse media