Instrumenten borging baten groen in planontwikkeling

Instrumenten borging baten groen in planontwikkeling

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

LWV19222.02

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>C. Klimaatbestendig landelijk en stedelijk gebied>C3. Waterrobuust en klimaatbestendig stedelijk gebied

Startdatum

01/03/20

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

Bij herontwikkeling, gebiedsontwikkeling, nieuwbouw en renovatie worden vaak ambities geformuleerd ten aanzien van gezondheid, leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid. Deze soms abstracte ambities worden in visies en schetsen vastgelegd en bestuurlijk bekrachtigd. De volgende stap is om te zorgen dat deze ambities ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Uniformiteit over de invulling van definities op alle thema’s is niet aanwezig in de markt en ook is niet transparant welke normen worden gehanteerd: wanneer is het goed genoeg? Niet duidelijk is hoe de aansluiting en doorvertaling van 'ambities' naar 'prestatie-eisen' naar kenmerken van groene oplossingsconcepten het best gemaakt kan worden. Ook blijkt het vasthouden aan ambities tijdens de uitvoering een opgave en blijken ambities in de realisatiefase vaak alsnog te sneuvelen.

Het doel
Om de gestelde ambities daadwerkelijk te realiseren kunnen verschillende routes worden bewandeld (publiekrechtelijk, privaatrechtelijk en de wisselwerking hiertussen). Doel van dit deelproject is om in beeld te brengen:
• Welke instrumenten er zijn om ervoor te zorgen of te borgen dat planvorming en uitvoering zo plaatsvindt dat gewenste effecten optimaal worden bereikt;
• Na te gaan hoe (onder welke condities) deze instrumenten optimaal kunnen worden ingezet;
• Aan te geven hoe deze instrumenten verder verbeterd kunnen worden om nog meer effect te realiseren.

Vernieuwing/innovatie
Dit onderzoek verkent hoe de aansluiting / doorvertaling van 'ambities' naar prestatie-eisen' naar kenmerken van groene oplossingsconcepten het best gemaakt kan worden. De vernieuwing in dit onderzoek is dat de nadruk ligt op best practices en niet op de knelpunten, waarmee meer zicht ontstaat op: 1) de daadwerkelijk ingezette combinaties van instrumenten, 2) het belang en gewicht van die instrumenten in de praktijk en 3) de praktijkcondities (bijvoorbeeld bedrijfscultuur) waaronder de instrumenten en casussen succesvol waren. Deze nieuwe werkwijze levert aanvullende kennis ten opzichte van eerder verrichte knelpuntanalyses.

Beoogde impact
Voor de analyse is in 2020 onder meer gebruik gemaakt van inzichten van experts betrokken bij de ontwikkeling van systemen, beleidsmakers en vooroplopende opdrachtnemers door website- en documentanalyse van best practices en digitale bijeenkomsten met medewerkers van de gemeente Rotterdam en Het Nieuw Instituut. Via digitale bijeenkomsten zijn betrokkenen geënthousiasmeerd om meer duurzame gebouwen en duurzame gebiedsontwikkeling te realiseren. In 2021 verkennen wij graag met nieuwe coalitiepartners de mogelijkheden om met instrumenten groen in de brede zin van het woord te borgen.

Doel van het project

Relevantie voor missies van ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
Het project levert belangrijke resultaten voor twee sub-thema’s van de missie van LNV: “C3 Waterrobuust en klimaatbestendig stedelijk gebied” en “C1 Klimaatbestendig landelijk gebied voorkomen van wateroverlast en watertekort.”

Circulair bouwen, klimaatbestendig bouwen, energieneutraal bouwen en natuurinclusief bouwen hebben op beide missies betrekking.

Met een groeiende bevolking staat Nederland voor een grote verstedelijkingsopgave. Enerzijds wordt ingezet op het verdichten van steden en anderzijds is de wens geuit om steden te vergroenen. Kunnen we dit samen laten gaan? Leidt dit op den duur tot een nieuwe dimensie van steden? Deze studie verkent wat dat kan zijn. Vanuit de bouwwereld heeft momenteel circulair bouwen de aandacht, waarbij nog slagen zijn te maken. Voor de vergroening van steden, waaronder ook klimaatbestendig en natuurinclusief bouwen valt, is nog een wereld te winnen. Voor klimaatbestendig bouwen is al weer meer aandacht dan voor natuur-inclusief bouwen. Het gaat bij klimaatbestendig bouwen bijvoorbeeld om het omgaan met hittestress of bijvoorbeeld extreme neerslag bij gebouwen en de directe omgeving van gebouwen, door bijvoorbeeld wadi’s aan te leggen: ‘droge’ sloten of meertjes die regenwater opvangen. Natuur-inclusief bouwen is in opkomst. Nieuwbouw kan bijvoorbeeld van groene daken en gevels worden voorzien, van vleermuiskasten en van neststenen voor mussen, gierzwaluwen en spreeuwen. De urgentie rond duurzaamheid neemt enorm toe. We moeten met gebouwen energie besparen, energie duurzaam opwekken, circulair (ver)bouwen, klimaatrobuust bouwen en ontwikkelen, natuurinclusief bouwen en aandacht aan gezondheid schenken. Elk thema heeft zijn eigen beleidsagenda, eigen kennisnetwerk, eigen marktdynamiek en eigen ontwikkeling. Hoe brengen we dat bij elkaar in een gebouw of gebied? Nog voordat analyses worden gemaakt, wordt vaak op voorhand al gesteld dat sprake is van een stapeling van doelen en stapeling van achterliggende ambities en dat het daarmee niet haalbaar is, want de markt zou het niet aankunnen. Die vooraannames nemen bij veel gemeenten, projectontwikkelaars en bouwondernemingen energie weg om er integraal op in te zetten.

Hier komt nog bij dat beleidsstukken opgesteld aan de voorkant voor deze processen er abstracte definities op nahouden die daarmee rekbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is in het rapport transitie circulaire bouweconomie (Transitieteam Circulaire Economie, 2018) te lezen: “Circulair bouwen betekent het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. Hier en daar, nu en later.” Twee formuleringen uit deze definitie zijn rekbaar: Wanneer is sprake van onnodig uitputten? Wanneer is iets al dan niet economisch verantwoord? Die rekbare definities kunnen onzekerheden en misinterpretaties creëren bij de uitvoering.

Uiteindelijk gaat het er om dat mooi geformuleerde doelen en ambities die aan de voorkant worden geformuleerd, ook worden vastgehouden tijdens de rit en aan het einde. Nu wordt het nogal eens niet gehaald of levert het veel stress op om als nog te halen. Als een aannemer op het laatst moet beslissen: voor welke kwaliteit wordt dan nog gegaan tegen welk bedrag? De koppeling tussen geëiste prestatie en geleverde prestatie is niet altijd even duidelijk. Een bekend voorbeeld is het groene dak: Het ene groene dak is het andere niet en een heldere methodiek om duidelijk te maken welke prestaties een bepaalde groene oplossing biedt, is niet voorhanden.
Met dit onderzoek willen we verkennen hoe de aansluiting en doorvertaling van 'ambities' naar 'prestatie-eisen' naar kenmerken van groene oplossingsconcepten het best gemaakt kan worden. In dit project willen we hiertoe niet de knelpunten benadrukken, maar vooral bezien waar de ambities wel overeind zijn gebleven. Hoe is dat gekomen?

In eerdere onderzoeken hebben knelpunten al centraal gestaan zoals in het rapport van Handgraaf en Dekker (2019) ‘Advies aanpak knelpunten klimaatadaptief bouwen’. Ook is eerder onderzoek verricht naar best practices rond circulair bouwen (Economic Board Utrecht, 2018), klimaatbestendig bouwen en rond natuurinclusief bouwen (Blokker en Timmermans, 2018), maar dit resulteerde dit niet in overzichtelijke lessen omtrent de inzet van publieke en private instrumenten. Hierin wil dit onderzoek wel voorzien: Wat zijn de redenen waarom een ambitie ook in de realisatiefase overeind blijft? Welke combinaties van instrumenten (publiekrechtelijk, privaatrechtelijk) worden ingezet? Wat is het belang en gewicht van de afzonderlijke instrumenten hierbij? Welke condities dragen bij aan succesvolle inzet van een instrument en van een casus? Heerst er bijvoorbeeld een bestuurscultuur of een uitvoeringscultuur?

We kijken naar wettelijke systemen (bijv. mogelijkheden tot vergroening in het Bouwbesluit of de consequenties weergeven van bouwprojecten voor de leefomgeving, wat een verplichting is volgens de Omgevingswet) en hoe bijv. een gemeente daarin beleidsdoelen kan opnemen, als naar instrumenten waarmee opdrachtnemers kunnen aantonen dat hun product, ontwerp, dienst (m.b.t. groene inrichting gebouw, buitenruimte) bijdraagt aan beleidsdoelen met groen, als naar afspraken tussen publieke en private partijen (bijvoorbeeld Green Deals). Het verwijzen naar private instrumenten (puntensystemen, certificeringsmethoden) is een manier om de duurzaamheidsambitie in een marktuitvraag te concretiseren.

Relatie met missie (Motivatie)

De bouwsector, de wetenschap en de samenleving staan voor verschillende duurzaamsopgaven. De bouwsector blijft nog behoorlijk achter als het gaat om duurzaam bouwen, alle goede bedoelingen ten spijt. De afgelopen 3,5 jaar geniet duurzaam bouwen warme belangstelling, maar daarmee is nog niet gezegd dat dit ook tot grote waarneembare resultaten leidt. Volgens Cobouw speelde eind 2016 bij 84% van alle aanbestedingen duurzaamheid geen enkele rol. Ook ontbreekt een goede verbinding tussen de bouwsector en de groene sector als het gaat om natuurinclusief, circulair en klimaatadaptief bouwen. Omtrent ‘het duurzaam bouwen’ ontbreekt een helder overzicht welke publieke en private instrumenten tot nu toe hebben bijgedragen aan bijvoorbeeld best practices rond circulair bouwen, klimaatbestendig bouwen en natuurinclusief bouwen.

Toepassingshorizon van de vernieuwing
De urgentie en toepassing van duurzaam bouwen kan worden beïnvloed door externe ontwikkelingen zoals prijsontwikkelingen van bouwstoffen, veranderingen in energieprijzen of door nieuwe urgenties rond hitte stress of overstromingen. Dergelijke externe condities bepalen naast instrumentinzet even goed of ontwikkelingen rond duurzaam bouwen afgeremd dan wel bevorderd worden. Tot slot is de verduurzaming van de gebouwde omgeving niet een taak van alleen een bouwer of van alleen de overheid. Er zijn van begin tot eind veel publieke en private actoren betrokken die allen instrumenten inzetten. Om hier goed zich op te krijgen zal die complexiteit zo goed mogelijk ontrafeld dienen te worden. Het is de verwachting dat de casussen van DGBC hier nieuwe inzichten kunnen bieden.

Benodigdheden opschaling
Om opschaling te bewerkstellingen, maken we de lessen en resultaten uit dit project over de best practices, instrumenten en condities breed bekend. Dat doen we via dossiers op een eigen website en via websites van deze organisaties over circulair bouwen, klimaatgericht bouwen en natuurinclusief bouwen. Verder zal opschaling plaatsvinden via het actief betrekken van een steeds breder netwerk in het werkveld van stedelijke bouw en inrichting en door contact en eventuele samenwerking tussen de cases. Voorts worden de resultaten gedeeld via De Groene Agenda van de Stichting De Groene Stad.

Geplande acties

De volgende producten en deliverables behorend bij het werk uit 2020 kunnen in 2021 worden verwacht:
 Het rapport “Instrumenten borging baten groen in planontwikkeling. Een duurzaamheidsvisie voor Het Nieuw Instituut” in april 2021
 Een Webinar georganiseerd door DGBC (Jan Kadijk) en WENR (Marcel Pleijte) op 29 april 2021
 Presentatie van een duurzaamheidsvisie voor HNI en de gemeente Rotterdam in april 2021

Daarnaast zijn de volgende producten en deliverables te verwachten:
 Het rapport “Instrumenten borging baten groen in planontwikkeling. Inzet van sociaal instrumentarium (inzet van dorpsraden, ontwerpateliers, NME centra en buurtcentra om duurzaamheid voor gebouwen en gebieden te borgen)” gericht op de co-financiers;
 Een eindrapport waarin de ontwikkelde kennis wordt vastgelegd in een eindrapport in december 2021, dit is een rapport met conclusies en aanbevelingen en een overzicht van de toepasbare instrumenten.
 Er worden eind 2021 twee afsluitende presentaties voor de doelgroepen verzorgd.
 In één of enkele bouwbladen worden artikelen over de projectbevindingen gepresenteerd, gericht op de toepassers, de gebruikers van de kennis.
 - Een clickable pdf met a) een beslisondersteunend model voor instrumenteninzet, b) een raamwerk met instrumenten voor het borgen van groen op privaat terrein en c) factsheets omtrent inzet instrumenten

Naam projectleider

Joop Spijker