Lekker Bloeien Gezonde Koeien

Lekker Bloeien Gezonde Koeien

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

LWV20244

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A5. Biodiversiteit in de kringlooplandbouw

Startdatum

01/01/21

Einddatum

31/12/26

Samenvatting

Transitie naar natuurinclusieve landbouw vraagt een ander management van grondwater, grasland, diergezondheid en onkruidbestrijding. Binnen dit project onderzoeken we hoe goed beheer van kruidenrijke graslanden bijdraagt aan de vermindering van onkruidbestrijding en antiwormmiddelen en het verhogen van de natuurlijke weerstand van de koe. Vernatting van percelen geeft een grotere druk van maagdarmwormen en de parasiet leverbot, die door slakken wordt overgebracht. Gebruik van chemische antiparasitaire middelen geeft risico op resistentie, bedreigt de biodiversiteit van bodemleven en water en is een aanmerkelijke financiële kostenpost voor de veehouders. Gebruik van onkruidbestrijding met chemische middelen wordt door de EU in de komende jaren uitgefaseerd, juist vanwege de negatieve impact op het milieu en de biodiversiteit van bodem en water. Dit project biedt een unieke kans om met natuurlijke middelen en/of management strategieën de onkruiddruk en de infectiedruk van parasieten te verminderen en zo het milieu te beschermen. Kruidenrijke weides hebben naast een bijdrage aan het herstel van biodiversiteit voordelen voor diergezondheid in de melkveehouderij. Verbreding van het dieet is goed voor de gezondheid en de weerbaarheid. Vernatting van percelen heeft echter als risico dat vochtminnende toxische planten zoals lidrus oprukken en leiden tot gezondheidsklachten wanneer ze in kuil of hooi worden gevoerd.
Natuurlijke methodes en middelen om toxische planten te beheersen en parasieten te onderdrukken is een belangrijk onderdeel van dit project en voorziet in een grote behoefte van de veehouders en de waterschappen. We gaan onderzoeken welke kruiden binnen een gevarieerd rantsoen leiden tot een betere weerstand tegen parasieten. En welke natuurvriendelijke methoden er geschikt zijn voor het beheersen van schadelijke planten in kruidenrijke graslanden. Een melkveehouderijsysteem met hogere grondwaterstanden en meer kruiden vereist innovatieve kennis van graslandbeheer, diervoeding en diergezondheid. In dit project biedt de combinatie van vraaggestuurd praktijkonderzoek met boeren en wetenschappelijke onderbouwing van de waarde van kruiden voor diergezondheid en weerstand tegen parasitaire infecties een essentiële bijdragen aan het verlagen van de drempel voor melkveehouders om vernatting toe te laten en meer natuurinclusief te werken.

Doel van het project

Dit project is gericht op het ontwikkelen van een natuur inclusieve aanpak van schadelijke planten en parasieten. In de gangbare melkveehouderijpraktijk worden chemische middelen ingezet tegen parasieten en schadelijke planten. Chemische ontwormingsmiddelen komen via de mest ook in de bodem terecht met negatieve gevolgen voor het bodem- en waterleven en insecten. Het chemisch bestrijden van schadelijke planten heeft negatieve gevolgen voor biodiversiteit en waterkwaliteit. In plaats daarvan stellen wij voor om een aanpak te ontwikkelen gericht op een gezonde, weerbare melkveehouderij gebaseerd op agro-ecologie: een natuur inclusief bedrijf dat door het gerichte beheer van kruidenrijke graslanden om kan gaan met hogere waterstanden.
Het project bestaat uit de volgende onderdelen:
a) het maken van risicoanalyses m.b.t. het vóórkomen van schadelijke planten en parasieten
b) het (verder) ontwikkelen van natuurvriendelijke methoden voor het beheersen van schadelijke planten
c) het (verder) ontwikkelen van plant-gebaseerde alternatieven voor anthelmintica (ontwormingsmiddelen). Resultaat van het project:
Natuur inclusief handelingsperspectief voor melkveehouders ten aanzien van de diergezondheidsrisico’s van vernatting.

Relatie met missie (Motivatie)

In het veenweidegebied kan kringlooplandbouw met hogere grondwaterstanden zorgen voor beperking van bodemdaling en herstel van biodiversiteit, maar er zijn ook potentiële knelpunten die kunnen zorgen voor weerstand onder boeren. Daarom focust dit project op het verminderen van twee belangrijke risico’s voor melkveehouders die verbonden zijn aan vernatting van: de opkomst van giftige planten en parasieten. Het project werkt ten aanzien van deze risico’s aan natuur inclusief handelingsperspectief voor melkveehouders. Dergelijk handelingsperspectief is belangrijk om: (1)Te voorkomen dat op grote schaal chemische middelen worden ingezet, die schade doen aan biodiversiteit en waterkwaliteit (2) De weerstand onder boeren tegen vernatting en kruidenrijkdom te verkleinen. Kennisdeling en handelingsperspectief voor versterken van (functionele agro-) biodiversiteit in de landbouw. Het zet in op herstel van biodiversiteit (meer kruidenrijkdom, minder chemie) en op benutting van biodiversiteit (inzet van kruiden voor diergezondheid). Dit hangt samen met de bijdrage van het project aan meer inzicht in causale relaties tussen landbouw en biodiversiteit (deelprogramma 2 van MMIP A5). Licht toe waarom dit project passend en nodig is binnen het MMIP

Geplande acties

Literatuurstudie D1 Rapport met resultaten van literatuurstudie en risicoanalyses en lijst met mogelijke management maatregelen (M18)
Risico analyse D1 Rapport met resultaten van literatuurstudie en risicoanalyses en lijst met mogelijke management maatregelen (M18)
Praktijkproeven D2 Rapport met resultaten van praktijkproeven en analyse, D3: Brochure voor praktijk met natuur inclusieve maatregelen tegen Lidrus, Leverbot en maagdarmwormen (M44)
Attitude en leren Leernetwerk van melkveehouders, D4 Artikel psychologische leeraspecten (M48)
Disseminatie: Symposium (M46)

Naam projectleider

Judith Westerink