Naar een duurzame koolteelt

Naar een duurzame koolteelt

Organisatie-onderdeel

TKI TU

Projectcode

1605-048

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/01/17

Einddatum

31/12/19

Samenvatting

De huidige koolteelt in Nederland ondervindt problemen die in de toekomst alleen nog maar groter worden wanneer er niet ingegrepen wordt. In Nederland wordt ruim 21.000 ha kool geteeld en is daarmee met 40% van het areaal vollegrondsgroenten de grootste gewasgroep. Kool is vatbaar voor ziekten en plagen waardoor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk hoog is. Dit brengt allerlei ongewenste effecten met zich mee. Als reactie hierop worden middelen verboden, of het gebruik hiervan ernstig beperkt. Voorbeeld hiervan is het gebruik van neonicotinoïden, dit zijn breed werkende insecticiden die schadelijke maar ook nuttige insecten doden.
Kool is een wereldproduct, het wordt overal gegeten en is prominent aanwezig als bestanddeel van de voorgesneden groentezakken in supermarkten. Er moet wat veranderen om voedseldiversiteit en voedselveiligheid niet in het geding te laten komen.
Het doel van dit onderzoek is het opleveren van een aantal kansrijke systemen/strategieën voor duurzame koolteelt.

Onderdelen van deze systemen zijn weerbaarder rassen, geïnduceerde plantweerbaarheid door biostimulanten, waarschuwingssystemen, het gebruik en stimuleren van natuurlijke vijanden en biologicals.

Doel van het project

Ca. 40% van het vollegrondsgroenten areaal in Nederland wordt jaarlijks benut om mensen wereldwijd van gezonde koolproducten te voorzien, de internationale belangen mogen niet uitgevlakt worden.
Het wordt een uitdaging koolproducten die van goede kwaliteit zijn te produceren. De teelt heeft enorm veel last van ziekten en plagen die lastig te onderdrukken zijn, intensieve chemische bestrijding en bemesting biedt vooralsnog de enige uitweg met het gewenste effect. De reden voor indiening van dit project is dat er verandering gewenst is vanuit de overheid, consument en zeker uit de sector zelf met betrekking tot de teelt van kool. Overheden verbieden bepaalde gewasbeschermingsmiddelen, dus de teler wordt geforceerd andere middelen toe te passen die soms niet het gewenste effect hebben. Meer wegval van middelen is onvermijdelijk.
De teelt van kool kent een grote regionale spreiding en een dynamiek die vaak de voorloperrol vervult in de vollegrondsgroenten. Ontwikkelingen zoals behandeling van plantmateriaal tijdens de opkweek zijn als eerste geïntroduceerd in de teelt van kool. De stap waar de koolteelt en daarmee ook de andere teelten voor staat is de omslag van ziektebeheersing naar plantgezondheid. Daar waar de focus van de afgeronde duurzaamheidontwikkelingen sterk gericht is op beheersen van ziekten en plagen vraagt de volgende stap een focus op stimuleren en beheersen van plantengroei. Dat vraagt een andere manier van denken, maar vooral een andere manier van handelen. De vraagstukken die daarbij naar voren komen zijn gericht op het weerbaarder maken van planten.
Op 28 juni 2016 hebben de Europese landbouwministers aangekondigd een plan te implementeren wat de verduurzaming van gewasbescherming moet versnellen. EZ heeft het initiatief Groene gewasbescherming/bestuiving opgezet. Een geïntegreerde aanpak is het uitgangspunt van dit initiatief met als doelstelling op de korte termijn om de risicovolle gewasbeschermingsmiddelen te minimaliseren en op de lange termijn (2030-2035) om de risicovolle gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen. Om dit te bereiken moet tegelijkertijd de inzet van andere middelen en maatregelen worden bevorderd.
De PPS “DKT” sluit hier naadloos bij aan en kan een grote bijdrage leveren aan dit initiatief.

Relatie met missie (Motivatie)

Zowel economisch als maatschappelijk leidt dit PPS initiatief tot een versterking van de internationale positie van Nederland, aangezien kool een internationaal product is. Nederland wordt een voorkeursleverancier van duurzame voedselproducten indien weerbare teeltsystemen toegepast worden met groene gewasbescherming. Nederland behoudt zo haar leidende internationale positie als het gaat om export en productie van hoogwaardige koolproducten.

Geplande acties

Beoogd resultaat van het project is het opleveren van een aantal kansrijke systemen/strategieën voor duurzame koolteelt. Infectiedruk in verschillende rassen wordt getest om de trade-offs in rassenkeuze handen en voeten te geven op het gebied van weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Verder zal de gewasbescherming van plantopkweek tot oogst op basis van Integrated Pest Management gebeuren. Waarbij GNO’s (gewasbescherming van natuurlijke oorsprong), plantversterkers/biostimulanten met duurzame actives en additives en waarschuwingssystemen gecombineerd worden met het stimuleren van natuurlijke vijanden en feromonen.
Er dienen effectieve en duurzame strategieën ontwikkeld te worden zodat bij hoge ziekte- en plaagdruk misoogsten en onoverkomelijke schade aan het gewas voorkomen worden. Productie van kwalitatief uitstekende producten blijven zodoende gewaarborgd terwijl de groene beheersingsmethoden milieuonvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen verdringt.

IPM en beheersing van ziekten en plagen valt en staat met de signalering daarvan. De UvA doet fundamenteel onderzoek naar het gedrag van insecten en hoe dat mogelijk te beïnvloeden met hulp van lokstoffen/feromonen.

De volgende vragen dienen beantwoord te worden om het doel te realiseren:
1. Welke rassen kunnen een positieve bijdrage leveren aan een duurzame koolteelt door een mindere gevoeligheid voor insecten en schimmels.
2. Hoe kunnen GNO’s effectief gebruikt worden in de koolteelt? Welke toepassingsomstandigheden zijn daarbij van invloed en wat is hun invloed op de natuurlijke vijanden?
3. Welke biostimulanten veroorzaken een weerbaardere plant die wel aantrekkelijk blijft voor natuurlijke vijanden? Heeft de o.a. grondbewerking hier invloed op.
4. Hoe kunnen natuurlijke vijanden gestimuleerd worden in openteelten, waar ook een gewenste effectiviteit gewaarborgd is? Welke omstandigheden spelen daarbij een rol, bijvoorbeeld bloemstroken?
5. De UvA vervult een essentiële rol in de bijdrage van fundamentele kennis over insecten die nodig is om signaleringstechnieken te laten slagen. Hoe kunnen we deze kennis vanuit het lab opschalen naar toepassing in openteelten?