Ontwikkelen van preventiemaatregelen in de boomgaard om verliezen door zwartvruchtrot in peer en appel te voorkomen

Ontwikkelen van preventiemaatregelen in de boomgaard om verliezen door zwartvruchtrot in peer en appel te voorkomen

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

1605-032

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/01/18

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

Een aantal vruchtrotveroorzakers geeft ondanks de inzet van fungiciden grote problemen in de teelt en bewaring van appels en peren (verliezen van >75% zijn geconstateerd). Het vruchtrotprobleem blijkt de laatste jaren steeds grotere vormen aan te nemen. Dit project heeft als doel de kennisgaten op te vullen die nodig zijn om maatregelen te ontwikkelen die de natuurlijke weerbaarheid van boomgaardsystemen tegen schimmels vergroot en om de aanpak van schimmels in de boomgaard te verbeteren.
Voor de sector is het van belang om een goed beeld te krijgen van de belangrijkste pathogene schimmels in de boomgaard, aangevuld met kennis over infectieperiodes en infectiebronnen. Deze kennis is nodig om de strategie rond de aanpak van vruchtrot aan te passen aan de wensen van markt en maatschappij. Telers willen de kennis gebruiken om een zo tijdig, zo specifiek en zo groen mogelijke strategie te kunnen kiezen ter voorkoming en zo nodig bestrijding van deze schimmels.
De maatschappelijke meerwaarde is gekoppeld aan het verminderen van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Met als effect het verminderen van residu op eindproduct i.r.t. voedselveiligheid en het beperken van emissie. De economische meerwaarde is gekoppeld aan het verminderen van verspilling door rot, marktbehoud binnen Europa en marktverbreding naar derden landen.
De beoogde wetenschappelijke output is een verdieping en verbreding van fundamentele kennis over pathogene schimmels en hun populatie-ontwikkeling in de boomgaard.
De maatschappelijke meerwaarde is gekoppeld aan het verminderen van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Met als effect het verminderen van residu op eindproduct i.r.t. voedselveiligheid en het beperken van emissie. De economische meerwaarde is gekoppeld aan het verminderen van verspilling door rot, marktbehoud binnen Europa en marktverbreding naar derden landen.
De beoogde wetenschappelijke output is een verdieping en verbreding van fundamentele kennis over pathogene schimmels en hun populatie-ontwikkeling in de boomgaard.

Doel van het project

• Detectietoetsen voor zwartvruchtrot en lenticelspot om daarmee de biologie van de schimmels beter te begrijpen.
• Duidelijkheid welke substraten in de boomgaard een rol spelen in de levenscycli van vruchtrotschimmels (Stemphylium vesicarium (zwartvruchtrot); Cadophora luteo-olivacea (visogen); Fibulorhizoctonia psychrophila (lenticelspot).
• Inzicht in infectiemomenten en het infectieproces van fruit door de genoemde schimmels.
• Aanzetten voor waarschuwingsmodellen voor deze pathogenen en een effectieve bestrijding van deze pathogenen.
• Ontwikkelen van een boomgaardprotocol voor telers en adviseurs.

Relatie met missie (Motivatie)

Dit project ontwikkelt kennis over levenswijze en infectiemomenten van de belangrijkste vruchtrotpathogenen in de boomgaard. Hiervoor wordt een set van detectietoetsen ontworpen voor het aantonen van latente infecties in fruit tijdens de teeltfase en net voor de oogst, en tevens van Stemphylium in blad. Door vroegtijdig te weten welke belangrijke pathogenen in de boomgaard aanwezig zijn kunnen specifiekere keuzes gemaakt worden in: (1) bestrijding in de boomgaard, (2) boomgaard hygiëne en (3) in naoogst-behandeling. Hierdoor is de verwachting dat middelengebruik af zal nemen. Daarnaast moet het project resulteren in het terugdringen van de forse bewaarverliezen van appels en peren die nu met grote regelmaat plaats vinden. De nieuwe kennis kan worden uitgewerkt in een toekomstig “boomgaard protocol” met adviezen voor inrichting van de boomgaard, toe te passen hygiëne maatregelen, toe te passen detectiemethoden, adviezen voor de beste bestrijdingsmomenten en een aanpak als infectie toch ontstaat. Dit moet bijdragen aan de verbetering van de preventie van vruchtrot al in de boomgaard.

Geplande acties

De aanpak van dit onderzoek is verdeeld over 4 werkpakketten, die hieronder afzonderlijk worden toegelicht.

WP 1: Ontwikkelen van moleculaire toetsen
In dit werkpakket worden toetsen ontwikkeld voor het uitvoeren van epidemiologisch onderzoek.
De volgende activiteiten vinden plaats:
• Kwantitatieve soort-specifieke toets ontwikkelen voor de meting van Fibulorhizoctonia psychrophila.
• De detectietoets voor onderscheid van niet-pathogene en pathogene Stemphylium vesicarium wordt verder ontwikkeld.

WP 2: Biologie van de vruchtrotschimmels
In werkpakket 2 worden ziektebronnen (substraten) en de ontwikkeling van de pathogeenpopulaties met behulp van de toetsen uit WP1 in kaart gebracht.
De volgende activiteiten vinden plaats:
• Analyse bestaande substraatbronnen (20 boomgaarden uit project vruchtrot 2012-2014) met de detectietoets voor Fibulorhizoctonia en pathogene/niet-pathogene Stemphylium.
• Verzamelen en analyse van monsters uit geselecteerde boomgaarden met historie van de vruchtrotpathogenen: Cadophora, Fibulorhizoctonia en Stemphylium.
• Verzamelen en analyse van sporenvallen in de geselecteerde boomgaarden.
• Onderzoek naar latente kolonisatie en endofytische groei van Stemphylium. Bestuderen van het infectieproces door Stemphylium waarbij wordt gekeken of Stemphylium lang latent aanwezig is op de vrucht en blad.

WP 3: Ontwerp maatregelen voor bestrijding van de vruchtrotschimmels
In dit werkpakket wordt de verworven kennis uit WP 1 en 2 toegepast voor de ontwikkeling van preventieve maatregelen.
De volgende activiteiten vinden plaats:
• Koppelen van weergegevens met de sporenvluchten voor ontwikkeling van waarschuwingsmodellen.
• Laboratoriumproeven om (groene) middelen te toetsen op effectiviteit tegen Fibulorhizoctonia en Cadophora.
• Analyse datasets substratenonderzoek en kennisopbouw epidemiologie.
• Ontwerp van ‘boomgaard-protocol’ voor telers en adviseurs.

WP 4: Praktijktoepassingen
Dit werkpakket wordt, in samenwerking met consortiumpartners, de resultaten vertaald naar praktijktoepassingen.
De volgende activiteiten vinden plaats:
• Effect van sanitatie (bijvoorbeeld verwijderen van substraten).
• Bestrijdingsmoment optimaliseren met waarschuwingsmodel en effectieve (groene) middelen.
De activiteiten worden deels bepaald door de uitkomsten van de WP 1-3.

Go/no-go beslismomenten zullen bij WP 1 t/m 4 na ieder jaar plaatsvinden op basis van de voortgang van de behaalde resultaten. Concreet zal dit project de volgende producten opleveren (deliverables):
• Detectietoetsen (qPCR) voor de kwantitatieve soort-specifieke meeting van schimmel DNA in praktijkmonsters.
• Epidemiologische kennis over ziektebronnen en infectieperiodes voor de vruchtrotpathogenen Stemphylium, Cadophora en Fibulorhizoctonia van appel en peer.
• Aanzet waarschuwingsmodellen voor genoemde vruchtrotpathogenen.
• Aanzet tot ‘boomgaard-protocol’ voor telers en adviseurs.