Op weg naar virusvrij en afzetgericht telen (WP2)

Op weg naar virusvrij en afzetgericht telen (WP2)

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

1605-074

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/01/18

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

De bloembollen- en vaste planten sectoren staan voor de uitdaging om de steeds toenemende virusproblematiek op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame manier aan te pakken. De problemen met virusinfecties blijven de sectoren parten spelen. Naast bekende virussen duiken ook vaker nieuwe virussen op. Deze virussen zorgen ervoor dat de sectoren steeds tegen problemen aanlopen, bij de teelt en bij de export. Bij een vondst van een nieuw of quarantaine virus in derde landen bestaat de kans dat grenzen worden gesloten. Dit heeft weer grote financiële gevolgen voor beide sectoren.
Het project beoogt een bijdrage te leveren aan de kennis omtrent verspreidingsroutes van potexvirussen en potyvirussen in de gewassen tulp, lelie en hosta. Deze verspreidingsroutes zijn deels bekend, maar sommige toenames in besmettingspercentages zijn op basis van die kennis onverklaarbaar. Meer inzicht in verspreidingsroutes en infectiebronnen kan bijdragen aan een betere beheersing en een reducering van gewasbeschermingsmiddelen die met name tegen de vectoren (bijvoorbeeld bladluizen) of ontsmetting tijdens de verwerking van bollen en ander uitgangsmateriaal.

Doel van het project

Doel van het project is om uiteindelijk te komen tot een systeem waarbij schoon uitgangsmateriaal tijdens de teelt schoon blijft en daarna met kwaliteitscertificaat vrij verhandeld kan worden. Door de ontwikkeling van nieuwe handvatten en teeltmaatregelen die virusverspreiding voorkomen of minimaliseren wordt de teler in staat gesteld om virusvrij en afzetgericht te telen. Zowel teler als handelaar zijn gebaat bij een virusvrije keten waardoor brede afzetmogelijkheden ontstaan

Relatie met missie (Motivatie)

Dit project is in 2017 geschreven en goedgekeurd in 2018. Later is deze PPS ingedeeld onder de MMIP A2 Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater
Dit project draagt hierin bij door het beter in beeld brengen van de verspreidingsroutes van potexvirussen en potyvirussen in de bollenteelt en vaste plantenteelt. Hierdoor kunnen efficiëntere beheersmaatregelen worden ontworpen waardoor vermindering van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk wordt. Een concreet voorbeeld van deze PPS is dat er wordt gezocht naar alternatieven voor het gebruik van glyfosaat bij het ziekzoeken van tulpenbollen.

Geplande acties

-Overleving van plantenvirussen in de grond:
Informatie over de beïnvloeding van de overlevingsduur van plantenvirussen door biofumigatie, inundatie en/of micro-organismen.
- Ziekzoeken/selecteren
In dit onderdeel wordt nagegaan hoe lang planten chemisch geselecteerde planten nog een bron blijven van virus en of ze dan nog aantrekkelijker zijn voor vectoren. Ook wordt informatie verkregen of gekopte bloemen die als afval op het perceel blijven nog bron voor virusoverdracht kunnen zijn.
-Bronnenonderzoek en verspreiding
Een goede beheersing van virusziekten is alleen mogelijk met een goede kennis over virusbron en wijze van overdracht. Hiervoor worden op diverse percelen onkruiden verzameld en wordt met name gekeken naar TVX, HVX en PlAMV.
-Alternatieven voor synthetische pyrethroïden
In dit onderdeel worden groene middelen uit de PPS Groene Gewasbescherming onderzocht op hun effectiviteit om in de teelt van bloembollen verspreiding van non-persistente virussen te voorkomen.
-Bovengrondse verspreide plantenvirussen
Informatie over nieuwe manieren van het verwijderen van zieke tulpenplanten uit het gewas als alternatief voor het chemisch selecteren m.b.v. glyfosaat.
-Aantoonbaarheid
Van primair belang is dat er een goed inzicht wordt verkregen over de verspreiding van potexvirussen binnen de plant en bol. Daarmee kan een juiste monstername en interpretatie van de toetsuitslagen worden gewaarborgd.