Perspectief voor de biologische perenteelt in Nederland met nieuwe, schurftresistente rassen

Perspectief voor de biologische perenteelt in Nederland met nieuwe, schurftresistente rassen

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

LWV20323

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>Sleuteltechnologieën LWV>Biotechnologie en Veredeling

Startdatum

01/01/21

Einddatum

31/12/25

Samenvatting

Peer is het belangrijkste Nederlandse fruitgewas. Sinds enkele jaren wordt het hoofdperenras Conference echter als zeer vatbaar geclassificeerd voor de ziekte perenschurft (Venturia pirina). De biologische fruitteelt wordt hier als eerste mee geconfronteerd door gebrek aan effectieve gewasbeschermingsmaatregelen en alternatieve resistente rassen. Doel van het project: betrouwbare resistentietoetsen ontwikkelen voor perenschurft voor robuustere perenrassen, om daarmee een weerbaar teeltsysteem te verkrijgen.

Doel van het project

Peer is het belangrijkste Nederlandse fruitgewas, en heeft met een oppervlakte van ruim 10,000 ha het grootste areaal, waarvan 80% bestaat uit het ras Conference. Het onder controle kunnen houden van perenschurft (Venturia pirina) is een basisvoorwaarde voor een succesvolle teelt. De dominantie van Conference is hiermee te verklaren: meer dan 100 jaar stond dit ras bekend om zijn goede resistentie. Sinds enkele jaren wordt Conference echter als zeer vatbaar geclassificeerd: de schimmelpopulatie is zich steeds meer aan het aanpassen aan de resistentie, en wordt daarbij geholpen door de monocultuur. De biologische fruitteelt wordt hier als eerste mee geconfronteerd door gebrek aan effectieve gewasbeschermingsmiddelen & maatregelen, en bij gebrek aan alternatieve rassen die resistentie combineren met kwaliteit en productiviteit. Ook de conventionele teelt heeft ambitie voor verdere beperkingen in middelengebruik (actieve stoffen, dosering en toepassingsfrequentie). Om een robuust en weerbaar perenteeltsysteem te verkrijgen is voor de biologische teelt en de gangbare teelt daarom de hoop gericht op nieuwe, robuustere perenrassen. In tegenstelling tot het onderzoek bij appelschurft, bestaan nog geen toetsmethoden voor perenschurft waarmee nieuwe rassen of veelbelovende selecties snel en betrouwbaar op resistentie getest kunnen worden. Het infecteren met (rein) isolaten van V. pirina is nog te problematisch (zie ook bijlage 1). Ook is nog weinig bekend over de resistentie van rassen tegen infecties van takken. Mogelijk zijn takinfecties belangrijke factoren in de meerjarige opbouw van ziektedruk: tot nu toe was de aandacht vooral gericht op blad- en vrucht-aantasting. Dit project kan de start zijn voor een brede en gecoördineerde aanpak (epidemiologie, fytopathologie, waarschuwingssystemen, genetica, veredeling) van de belangrijkste ziekte in het grootste Nederlandse fruitgewas.

Doel van het project: betrouwbare resistentietoetsen ontwikkelen voor perenschurft m.b.t blad, vrucht en tak-aantasting op basis van reinculturen en gedefinieerde isolaten van Venturia pirina.
Resultaat: handelingsperspectief voor biotelers tijdens perenraskeuze.

Relatie met missie (Motivatie)

Inzet van MMIP A2 is een land- en tuinbouw in Nederland in 2030 die bestaat uit een duurzame, economisch volhoudbare plantaardige productie op een gezonde bodem, waarbinnen ziekten en plagen veel minder kansen krijgen. Binnen deze prioriteit wordt gekozen voor twee soorten voorstellen: die van de integrale systeemaanpak gericht op handelingsperspectief van de teler, en die van het oplossen van actuele knelpunten die bijdragen aan gezonde, weerbare bodem planten en teeltsystemen. Met een resistent ras wordt een stevige basis gelegd voor een teeltsysteem met minder afhankelijkheid van middel en een actueel knelpunt, schade door schurft, aangepakt. Voor de praktijk is het van groot belang om te werken met rassen die zoveel mogelijk resistent zijn tegen zoveel ziekten en plagen. Het vervangen van een bestaand ras door een nieuw ras is echter een ingrijpende maatregel, zowel voor de teler als voor de handelspartijen die het nieuwe product in de markt moeten zetten. Een nieuw ras moet dus een flinke stap voorwaarts met zich meebrengen. Om meervoudig resistente rassen te kunnen ontwikkelen, moet de veredeling op resistenties snel en doeltreffend kunnen geschieden. Voor resistentie van peer tegen schurft is dat op dit moment niet mogelijk. Dit project is daarom gericht op het ontwikkelen van een methodiek waarmee dit wèl mogelijk wordt.

Geplande acties

Het project ontwikkelt kennis voor een verbeterde selectie van nieuwe perenrassen met resistentie tegen belangrijkste schimmelziekte: schurft, veroorzaakt door Venturia pirina. Hiervoor is de ontwikkeling van resistentietoetsen noodzakelijk. Ook moet de kennis van de epidemiologie van perenschurft vergroot worden voor de ontwikkeling van deze toetsen. Deze kennisontwikkeling draagt bij aan het ontwikkelen en optimaliseren van de praktijkstrategie om perenschurft te beheersen, en legt mede een basis voor de gecoördineerde systeemaanpak voor een duurzame beheersing van perenschurft (PPS voorstel Systeemaanpak duurzame teelt voor de Fruitteelt - LWV20 320).

ACTIVITEITENPLAN
• Opstellen van experimentele condities voor toetsing perenschurft, zowel voor blad-, vrucht- als takschurft. Hiervoor worden kas en veldproeven uitgevoerd (2021-2023).
• Collectie van perenrassen opbouwen - via veredelingsinstituten - waarvan bekend is dat ze verschillen in resistentie (cross over met CGO) (2021-2025).
• V. pirina collectie opbouwen voor het testen van nieuwe rassen voor de effectiviteit van hun resistentie in Nederland. Deze collectie wordt verzameld uit Nederlandse boomgaarden en vanuit buitenlandse collecties (2021-2025).
• Eerste screening van meerdere perenrassen tegen een serie van isolaten (2023-2025).
• Eerste screening van het voorkomen van verschillen in resistentie tegen takinfectie (2023-2025).
• Testen van nieuwe perenrassen en vergevorderde selecties met de dan beschikbare toets(en) en onder veldomstandigheden (ook op praktijkbedrijven) (2021-2025).
• Netwerk op- en uitbouwen met (buitenlandse) perenveredelaars (2021-2025).

Naam projectleider

Marcel Wenneker
Terug