Risico Vogelgriep: relatieve rol van insleeproutes en bioveiligheid op pluimveebedrijf

Risico Vogelgriep: relatieve rol van insleeproutes en bioveiligheid op pluimveebedrijf

Aantal projecten

1

Organisatie onderdeel

WR-cap AF

Project code

LWV19081

Primaire MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>D. Gewaardeerd, gezond en veilig voedsel>D3. Veilige en duurzame primaire productie

Start datum

01/01/20

Eind datum

31/12/21

Samenvatting

Sinds 2014 zijn gedurende drie herfst-winter perioden uitbraken geweest met verschillende vogelgriep (HPAI) virussen. Al het pluimvee was binnen gehuisvest in Nederland vanwege een ingestelde ophokplicht en het is tot nu toe onduidelijk gebleven hoe het virus toch bij het pluimvee in de stal heeft kunnen komen. Het vogelgriepvirus is afkomstig van besmette wilde vogels die het virus via de mest uitscheiden en daarmee de omgeving in de buurt van pluimveebedrijven kunnen contamineren. Hierdoor is virusintroductie op pluimveebedrijven een structurele dreiging, ook als het pluimvee binnen is gehuisvest. Er zijn goede bioveiligheidsplannen beschikbaar binnen de pluimveeindustrie, maar de consequente toepassing van de maatregelen is variabel in de praktijk. De pluimveehouder zelf (en zijn personeel) is waarschijnlijk de belangrijkste en kritische factor in het welslagen om consequent bioveiligheidsmaatregelen te blijven toepassen op het pluimveebedrijf. Het verbeteren van de bio-veiligheid om het risico op virusintroductie in de stal vanuit de gecontamineerde omgeving te minimaliseren is aangemerkt als een prioriteit n de recent gepubliceerde “roadmap strategische aanpak vogelgriep” van overheid en pluimveebedrijfsleven.
Bij bedrijven die HPAI-uitbraken hebben gehad, werd naderhand epidemiologisch onderzoek uitgevoerd, maar hierbij kon de meest waarschijnlijke insleeproute veelal niet worden aangewezen. Daarom is nader onderzoek nodig naar de mogelijke insleeproutes, en daarna vooral ook welke maatregelen nodig zijn om de insleep tegen te gaan.

Doel van het project

Het doel van dit onderzoek is om voor verschillende typen pluimveebedrijven concrete handvatten op te leveren om tot effectieve en gerichte verbeteringen in de bioveiligheid te komen. Daartoe zijn twee onderzoekslijnen opgezet: deelproject A) het identificeren van zwakke punten in de hygiënische verdedigingswal van verschillende soorten pluimveebedrijven en toetsen van de effectiviteit van verschillende verbetermaatregelen; deelproject B) een wetenschappelijk gefundeerde schatting (risicoanalyse) van de relatieve vermindering van het risico op virus-introductie door het gebruik van windbreekgaas bij luchtinlaatopeningen van pluimveestallen.

Relatie met missie (Motivatie)

Sinds de grote epidemie met het hoogpathogene vogelgriep (HPAI) virus in 2003 is in Nederland veel kennis opgedaan en zijn veel verbeteringen doorgevoerd in de preventie, vroege detectie, monitoring en bestrijding van vogelgriep. Echter, desondanks zijn sinds 2014 gedurende drie verschillende herfst-winter perioden uitbraken geweest met verschillende HPAI virussen. Op al de bedrijven waar de uitbraken plaatsvonden zat het pluimvee binnen gehuisvest (vanwege verplichte ophokplicht) en het is tot nu toe onduidelijk gebleven hoe het virus toch bij het pluimvee in de stal heeft kunnen komen. De gevolgen van de uitbraken zijn groot voor diergezondheid en dierenwelzijn, economie en het imago van de sector. Daarnaast kunnen HPAI-virussen ook gevaarlijk zijn voor de mens, zoals gebleken uit veel sterftegevallen door HPAI H5N1 in Azië. Ook in Nederland hebben zich humane infecties voorgedaan met HPAI H7N7 in 2003, waaronder een sterfgeval van een dierenarts. Vanuit een One-Health perspectief is er dus een breed belang om het risico op HPAI-uitbraken te verkleinen. Het vogelgriepvirus is afkomstig van besmette wilde vogels die het virus via de mest uitscheiden. De omgeving rond pluimveebedrijven kan daardoor worden gecontamineerd. Ook als het pluimvee binnen is gehuisvest, is er daardoor nog steeds een structurele dreiging van virusintroductie op pluimveebedrijven.
In de recente ‘Roadmap strategische aanpak vogelgriep’ hebben overheid en sector belangrijke onderzoeksvragen geïdentificeerd en het verbeteren van de bioveiligheid om het risico op virusintroductie in de stal te minimaliseren is aangemerkt als een prioriteit.

Geplande acties

In dit onderzoekproject worden zwakke punten in de hygiënische verdedigingswal van verschillende soorten pluimveebedrijven geïdentificeerd, en vervolgens de effectiviteit van verschillende verbetermaatregelen getoetst. Dit zal directe handvaten geven voor pluimveehouders van een leghen-, eend- en vermeerderingsbedrijf om verbeteringen in de bioveiligheid te implementeren, waardoor de kans op insleep van vogelgriepvirus – en andere pluimveepathogenen – flink worden verminderd. Gezien de permanente dreiging van insleep van vogelgriepvirus in Nederland zou dit een welkome preventie opleveren. Er zijn op dit moment geen belemmeringen te voorzien om de te verwachten resultaten binnen de pluimveesector uit te rollen. Door middel van communicatie van de resultaten binnen de pluimveesector en naar erfbetreders als dierenarts, adviseurs van integratie/veevoer kunnen verbeteringen worden opgepakt en geïntegreerd in het bioveiligheidsplan van pluimveehouderijen.
De risicoanalyse rond het gebruik van windbreekgaas levert een wetenschappelijk gefundeerde schatting van de relatieve vermindering van het risico op virusintroductie door het gebruik van windbreekgaas bij luchtinlaat-openingen van pluimveestallen. Daarmee kunnen pluimveehouders een betere afweging maken of het nuttig kan zijn om te investeren in het aanbrengen van windbreekgaas bij ventilatie-inlaatopeningen.
De pluimveesector en het Ministerie van L.N.V. zijn sterk gemotiveerd om de resultaten van het onderzoek toe te passen, gezien de investering van beiden in de Roadmap strategische aanpak vogelgriep en de specifieke opname van dit onderwerp in de TKI Call tekst voor dit jaar.

Terug

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.