Ruwvoerproductie en bodemmanagement

Ruwvoerproductie en bodemmanagement

Aantal projecten

1

Organisatie onderdeel

TKI AF

Project code

AF15102

Primaire MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Start datum

01/01/15

Eind datum

31/12/18

Samenvatting

Ongeveer 65 procent van het Nederlandse landbouwareaal is in gebruik voor de productie van ruwvoer. Door duurzaam bodemmanagement is een hoge ruwvoerproductie mogelijk met lage milieubelasting.
De huidige ruwvoederproductie bereikt niet de potentieel haalbare hoeveelheid en kwaliteit. Ook is sprake van onnodig grote druk op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, bodem, klimaat en biodiversiteit. Dit kan en moet beter.

Doel van het project

Het hoofddoel is verbetering en verduurzaming van ruwvoerproductie en bodemmanagement. In zes werkpakketten gaan we met de belangrijkste verbeterpunten aan de slag.

WP1: Analyse ‘Yield gap’
De analyse van de oorzaken van het verschil tussen de potentieel haalbare ruwvoederopbrengst en de gemiddelde praktijkopbrengsten voor maïs- en grasland levert belangrijk inzicht om gericht en goed onderbouwd te zoeken naar mogelijkheden tot verbetering van de productie. De genetische eigenschappen van toegepaste rassen, het klimaat, de bodem en management zorgen voor de opbrengsten van voedergewassen. Bij het verklaren van opbrengsten per hectare en het verkennen van mogelijkheden die opbrengsten verhogen zijn deze ingangen cruciaal. Er wordt eerst een analyse gemaakt van wat huidige rassen theoretisch zouden kunnen opbrengen, bij gegeven klimaat en bodemeigenschappen, als het management op geen enkele wijze beperkend zou zijn, dus optimaal voor een maximale opbrengst. De potentiële opbrengst kan vervolgens worden berekend met behulp van experimenten onder optimale condities en met goed gekalibreerde gewasgroeimodellen. De actuele opbrengst is de in de huidige praktijk behaalde opbrengst. Het verschil tussen de actuele opbrengsten en de potentiële opbrengst is de zogenaamde ‘yield gap’ (www.yieldgap.org). De yield gap wordt verklaard door limiterende (water en nutriënten) en beperkende (ziekten, plagen, onkruid) factoren.

WP2: Bouwplanopbrengst en -optimalisatie
Binnen dit werkpakket worden mogelijkheden onderzocht om de ruwvoerderproductie op bouwplanniveau te verhogen op een economisch rendabele en duurzame manier. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van de bodemkwaliteit. De rotatie waarin ruwvoergewassen geteeld worden is over het algemeen smal, er is nauwelijks bodembedekking en productie gedurende de winterperiode en grondbewerking en oogst leiden tot een verdichte ondergrond. Dit leidt tot suboptimale opbrengsten en hierdoor worden de problemen met af- en uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen onvoldoende getackeld. Dit soort problemen pakken we aan.

WP3: Plant-bodem interacties bij grasteelt
In dit werkpakket werken we aan het verhogen van de grasproductie en duurzaamheid van grasteelt. Optimalisatie van de graslandproductie (in kwantiteit en kwaliteit) is belangrijk voor de rentabiliteit van een melkveebedrijf. De vraag naar ruwvoeder neemt toe door afschaffing van het melkquotum en daarmee ook de noodzaak om meer ruwvoer van eigen grond te telen door stijgende grondprijzen. Door de mestwetgeving is het gebruik van meststoffen echter gelimiteerd. Meer ruwvoer van eigen land met minder mest, betekent dat de mest en bodem beter benut moeten worden. De bodemkwaliteit wordt dus weer belangrijk. Naast mestwetgeving zijn er ook andere maatschappelijke wensen waar de melkveehouderij met grasland aan bijdraagt; weidegang, verbeterde klimaatprestaties en biodiversiteit. Bij graslandmanagement komen al deze zaken samen.

WP4: Plant-bodem interacties bij maïsteelt
In dit onderdeel werken we aan een betere benutting van de aangewende stikstof in de maïsteelt. Daarbij evalueren we het effect van een meer evenredige plantverdeling op de benutting van stikstof ten opzichte van de standaard rijafstand van 75 cm met en zonder drijfmestrijen-bemesting bij twee verschillende rastypen, twee N-bemestingsniveaus en twee plantdichtheden. We onderzoeken de optimale combinatie van maïsrastypen en rijafstanden voor een goede ontwikkeling van ondergezaaide groenbemesters. We maken de invloed van grondbewerkingen en aanvoer van organische stof inzichtelijk. Daarbij kijken we naar meerjarige effecten op de gewasopbrengsten en -gezondheid en bodemkwaliteit. Tot slot onderzoeken we reductie van opbrengstverliezen als gevolg van chemische onkruidbestrijding.

WP5: Beslissings-ondersteunende tools
In de eerste vier werkpakketen worden nieuwe inzichten verzameld over verbeterde ruwvoerproductie. Deze nieuw opgedane kennis moet ook echt gebruikt gaan worden door de praktijk. Met de praktijk wordt bedoeld ondernemers in de primaire sector, loonwerkers, adviseurs en erfbezoekers. Om de nieuwe inzichten uit de wetenschap voor de eindgebruiker beschikbaar te stellen, moet de kennis in de juist vorm gegoten worden, bijvoorbeeld door App’s. Om zeker te stellen dat deze nieuwe ontwikkeling van tools ook aansluit bij de behoeftes van de eindgebruiker, is binnen dit werkpakket een inventarisatie gestart van het huidige gebruik van hulpmiddelen en de behoeftes aan nieuwe hulpmiddelen. Discussies erover met de doelgroepen dragen bij aan het ontwikkelen van effectieve nieuwe hulpmiddelen of effectieve aanpassingen aan bestaande hulpmiddelen.

WP6: Communicatie
Hier pakken we de kennisdoorstroom naar de eindgebruikers actief op. De communicatie vindt plaats volgens een in 2016 opgesteld communicatieplan, toegespitst op de relevante doelgroepen.

Terug

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.