Slimme bouwplannen voor bodemgezondheid

Slimme bouwplannen voor bodemgezondheid

Organisatie-onderdeel

WR-cap AF

Projectcode

AF18032

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/01/19

Einddatum

31/12/21

Samenvatting

Het maiswortelknobbelaaltje Meloidogyne chitwoodi vormt een toenemend probleem voor de teelt van uitgangsmateriaal zoals aardappelpootgoed, gladiolen, dahlia, gele krokus. Verder leiden besmettingen tot problemen met de kwaliteit van consumptieaardappelen, schorseneren en wortelen.
Deze aaltjessoort heeft een quarantaine status waardoor telers worden geconfronteerd met afkeuring van partijen en verscherpte controles. Niet alleen wanneer besmettingen op het eigen bedrijf zijn geconstateerd maar ook bij besmettingen bij anderen in de omgeving. Voor de export van uitgangsmateriaal is het van belang dat Nederland M. chitwoodi/fallax vrij uitgangsmateriaal produceert en haar goede naam op het gebied van de fytosanitaire kwaliteit hooghoudt.
M. chitwoodi zet die goede naam meer en meer onder druk.
Slimme bouwplannen vormen de basis van een effectieve aaltjesbeheersingsstrategie. Akkerbouwers en adviseurs hebben daarvoor informatie nodig over de mate van vermeerdering die de teelt van een gewas oplevert voor het doelaaltje. Vooral de gewassen die niet of zeer weinig vermeerderen kunnen worden gezien als ‘medicijn gewassen’ die kunnen worden ingezet om besmettingen naar aanvaardbare niveaus terug te brengen. Er moeten dan wel harde gegevens beschikbaar zijn waarop de teler kan vertrouwen. Dit door de Branche Organisatie akkerbouw geïnitieerde project genereert die informatie voor de quarantaine aaltjessoort Meloidogyne chitwoodi.

Doel van het project

Het ontwikkelen van slimme bouwplannen waarmee het risico op problemen met het Quarantaine aaltje Meloidogyne chitwoodi tot een minimum wordt beperkt.

Relatie met missie (Motivatie)

Een gerichte gewas- en raskeuze is de basis van een effectieve aaltjesbeheersingsstrategie, waarbij de inzet van (chemische) bestrijdingsmaatregelen tot een minimum worden beperkt. Dit project levert de kennis (m.b.t. de waardplantgeschiktheid) die voor een teler noodzakelijk is om de juiste keuzes te kunnen maken.

Geplande acties

In kasproeven en ter validatie in veldproeven wordt de waardplantstatus (en populatie dynamische parameters ; maximale vermeerdering (a) en maximale einddichtheid M)) van minimaal 25 belangrijke gewassen/rassen bepaald.

o In twee kasexperimenten wordt voor twee keer vijf belangrijke ‘medicijngewassen c.q. rassen’ de populatie dynamische parameters voor waardplantstatus bepaald.
o In de eerste veldproef (Vredepeel) wordt van 20 gewassen/rassen en 10 groenbemesters (mengsels) de waardplantgeschiktheid (en de populatie dynamische parameters a en M) voor M. chitwoodi bepaald.
o Op de waardplantgeschiktheid-proef wordt in 2020 een volgteelt met het voor M. chitwoodi gevoelige aardappelras Hansa uitgevoerd. Via de symptoom expressie in de geoogste knollen wordt duidelijk of de mate van resistentie (waardplantgeschiktheid) van de “medicijngewassen” en resistente groenbemesters goed genoeg is voor een plek binnen het slimme bouwplan.
o Het HLB voert in 2019-2020 een herhaling van de veldproef waardplantgeschiktheid uit voor de verwante (quarantaine) soort M. fallax.
o Voor 2021 ligt er een voorstel bij de stuurgroep plan van aanpak Meloidogyne chitwoodi/fallax om aansluitend aan het project een nateelt aardappel op het M. fallax proefveld in 2021 mogelijk te maken. Beslissing wordt medio maart verwacht.