Sorghum als derde gewas in de melkveehouderij

Sorghum als derde gewas in de melkveehouderij

Organisatie-onderdeel

TKI AF

Projectcode

AF18037

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A4. Eiwitvoorziening voor humane consumptie uit (nieuwe) plantaardige bronnen

Startdatum

01/01/19

Einddatum

31/12/22

Samenvatting

Sorghum is een nieuw gewas voor de noordelijke regio’s, dat qua groeiwijze en teelt schijnbaar lijkt op maïs en is ook een C4 gewas met een hoge CO2 opname. Sorghum als derde ruwvoergewas op een melkveebedrijf kan de rotatie met maïs verruimen en de nadelen van continuteelt maïs, zoals hoge nitraatuitspoeling opbouw van bodemgebonden ziekten, resistentie bij onkruiden door noodzaak voor gebruik van andere herbiciden en bodemverdichting, mogelijk voorkomen. Met dit voorstel wordt beoogd de potentie van sorghum als derde gewas in de melkveehouderij te onderzoeken met als doel de continuteelt van maïs substantieel te verminderen.

De continuteelt van maïs heeft een aantal nadelen, zoals nitraatuitspoeling op de droge zandgronden (waterkwaliteit). Daarnaast zal door klimaatveranderingen beregenen in de toekomst moeilijker worden (water wordt schaarser), terwijl tegelijkertijd door extremere buien bodemverdichting een steeds groter probleem wordt. Ten opzichte van maïs is de teelt van sorghum meer droogtebestendig en heeft mogelijk een hogere stikstofefficiëntie. Overigens door dezelfde klimaatverandering neemt het perspectief van een meer noordelijke teelt van sorghum ook toe! Als alternatief voor en/of in rotatie met maïs draagt sorghum bij aan de versterking van de weerstand tegen ziekten en plagen (m.n. bodemgebonden ziekten en ook de maïswortelboorder) en kan met een diepere beworteling bodemverdichting opheffen.

Door veredeling is de koudegevoeligheid van het gewas doorbroken, waardoor grootschalige toepassing van sorghum -voor een combinatie van biomassa en zetmeel- in Nederland (en België) mogelijk wordt. Via rassenvergelijking wordt in dit project de aanpassing aan de teeltomstandigheden in Nederland (en België) significant gestimuleerd. Door rasvergelijkingen worden sorghumrassen doorontwikkeld en vergeleken met maïsrassen. De potentie en acceptatie van sorghum als derde gewas is ook afhankelijk van de milieuvoordelen, teeltaspecten, voederwaarde en - opbrengsten. Daartoe worden via bemestingen nutriëntenefficiencyproeven de milieuvoordelen in beeld gebracht. Ook wordt onderzoek gedaan naar hoe het gewas het beste worden kan geteeld (zaaimethode, bemesting, gewasbeschermingsmethode, oogst, conservering). Tot slot vinden verterings- en opnameproeven plaats om de voederwaardering beter in beeld te krijgen.

Het onderzoek verschaft een voor de praktijk, maar ook voor beleidsontwikkeling, toegankelijke handreiking (inclusief economische onderbouwing). Gezien het innovatieve karakter – o.a. doorbraak van de koudegevoeligheid van het gewas – worden ook wetenschappelijke publicaties opgeleverd. Door samenwerking en kennis te delen met de Belgische onderzoeksinstelling ILVO levert dit extra kennis op.

Doel van het project

Aanleiding en probleem
Sorghum als derde gewas op een melkveebedrijf kan de rotatie met maïs verruimen en de nadelen van continuteelt met maïs, zoals hoge nitraatuitspoeling (waterkwaliteit), opbouw van bodemgebonden ziekten, resistentieontwikkeling bij onkruiden en toenemende bodemverdichting mogelijk voorkomen. Het maakt sorghum daarmee potentieel een aanvulling op of een alternatief voor snijmaïs op een melkveebedrijf.
In Nederland wordt sorghum nog niet grootschalig geteeld. De beperkte koude-tolerantie en de korte-dag gevoeligheid zijn daarbij beperkende factoren. Door gerichte veredeling op afrijpingsaspecten zijn sorghumvariëteiten ontwikkeld die geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat als combinatie voor biomassa- en zetmeelproductie. Daarmee is de koudegevoeligheid van het gewas inmiddels doorbroken, waardoor grootschalige toepassing in Nederland (en België) mogelijk wordt. Naast veredeling is de potentie van sorghum als derde gewas in de melkveehouderij ook afhankelijk van de milieuvoordelen, teeltaspecten, voederwaarde en opbrengsten. Hierover is echter nog weinig bekend.

Onder melkveehouders is er o.a. ook behoefte aan inzicht in de mogelijkheid van sorghum als vervanger of alternatief voor snijmaïs in het bouwplan, hoe de continuteelt van maïs via rotatieverruiming substantieel kan worden verminderd en effectief in de bedrijfsvoering kan worden ingepast. ZuivelNL ondersteunt dit en wil het perspectief van sorghum als derde gewas in de melkveehouderij verder in kaart brengen.

Relatie met missie (Motivatie)

Urgentie voor de sector
De melkveesector is op zoek naar:
• Gewas-bouwplannen die zijn gebaseerd op een klimaatvriendelijke bedrijfsvoering, met aandacht voor efficiënt water- en nutriëntengebruik, koolstofvastlegging in de bodem, bodemkwaliteit en een lage carbon footprint
• Mogelijkheden om de nadelige effecten van continuteelt van snijmaïs, zoals slechte nutriënten- en grondstoffenbenutting, opbouw van bodemgebonden ziekten, resistentie bij onkruiden en bodemverdichting te voorkomen. Voorwaarde daarbij: minder nitraatuitspoeling (waterkwaliteit) en goede (tenminste gelijkblijvende) melkproductie.
• Maisteelt staat onder druk. Sommige provincies stellen de teelt ter discussie. Er is een zoektocht gaande naar alternatieven: maïs kent nadelen  hoe kunnen we nadelen van maïs compenseren  zijn er voordelen bij sorghum  zijn er wellicht ook weer nadelen aan sorghum  zijn die vervolgens weer te compenseren (rassen, bouwplan etc.)

Geplande acties

Wat gaat er concreet opgeleverd worden in dit project: wat is de innovatie/vernieuwing
Het onderzoek levert een verder perspectief op de mogelijkheden van sorghum als derde gewas in het melkveebedrijf met daarbij:
• Toegankelijke handreiking voor de praktijk en beleid inclusief milieuvoordelen, teeltaspecten, voederwaarde en opbrengsten van sorghum.
• Wetenschappelijke publicaties omtrent de doorbraak in de veredeling rondom de koudegevoeligheid van het gewas en voederwaardering.

Terug