Strategische kennis voor de preventie van bacterieziekten in de pootaardappelteelt

Strategische kennis voor de preventie van bacterieziekten in de pootaardappelteelt

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

TU18028

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/02/19

Einddatum

31/01/23

Samenvatting

Zachtrot bacteriën van de geslachten Dickeya- en Pectobacterium (soft rot Pectobacteriaceae, SRP), veroorzaken in Nederland grote schade in land- en tuinbouwgewassen (20-30 MEuro/jaar in pootaardappelteelt). Er is geen resistentie (immuniteit) tegen SRP’s bekend in commerciële rassen en er zijn geen gewasbeschermingsmiddelen voor deze ziekteverwekkers beschikbaar. In de aardappelteelt wordt veelal gestart met miniknollen afkomstig van in vitro planten die vrij zijn van ziekteverwekkers. Echter, al tijdens de groei van een gewas uit miniknollen treden de eerste (symptoomloze) besmettingen op. Het is onbekend waar deze bacteriën vandaan komen.
In dit project worden bronnen geïdentificeerd die verantwoordelijk zijn voor (initiële) infecties van een gewas gegroeid uit miniknollen tijdens de eerste veldgeneratie. De kennis wordt gebruikt bij het vaststellen van beheersmaatregelen die besmettingen kunnen voorkomen.

Doel van het project

Dit project levert strategische kennis op over de risico’s van besmettingen met een groep van ziekteverwekkers die de belangrijkste oorzaak zijn van klassenverlaging en afkeuringen in de Nederlandse pootgoedteelt. Gezondheid van uitgangsmateriaal vormt de basis voor robuuste teeltsystemen.

Relatie met missie (Motivatie)

De kennis kan gebruikt worden in veredelingsprogramma’s, in de inrichting van teeltsystemen en in de toetsing van pootgoed.

Geplande acties

- Optimaliseren van detectiemethoden gebaseerd op het gebruik van verrijking van de ziekteverwekker en TaqMan assays (jaar 1)
- Ontwikkelen van protocollen om van SRP cellen te induceren in een ‘Viable But Non Culturable (VBNC) state’ en deze te wekken (resusciteren) uit deze toestand. Het is niet uitgesloten dat ook in het agro-ecosysteem VBNC’s voorkomen die met op kweek-gerichte technieken niet gedetecteerd worden, waardoor infecties en infectiebronnen kunnen worden gemist (Jaar 1).
- Het bemonsteren van 1000 planten bij 10 telers (100 planten per teler) van een gewas gegroeid uit miniknollen. Van deze planten worden afzonderlijk de knollen de stengels en de (top)bladeren geanalyseerd om te bepalen of de eerste infecties uit de lucht of uit de grond komen (jaar 1 en 2).
- Onderzoek naar de bronnen van infectie om deze bronnen zo mogelijk te elimineren (jaren 3 en 4)

Naam projectleider

Jan van der Wolf