Systeemaanpak duurzame teelt voor de Fruitteelt van Morgen

Systeemaanpak duurzame teelt voor de Fruitteelt van Morgen

Organisatie-onderdeel

WR-cap TU

Projectcode

LWV20320

MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Startdatum

01/02/21

Einddatum

31/01/25

Samenvatting

Voor de effectieve beheersing van probleemziekten en -plagen in zowel de geïntegreerde als biologische fruitteelt, is een combinatie van een weerbare boomgaard en preventieve en andere maatregelen nodig. Er zijn daarbij twee niveaus van onderzoek nodig: onderzoek aan de systeemonderdelen en hun onderliggende mechanismen, en de toepassing en evaluatie daarvan in systeemonderzoek. Het doel is een fruitteeltsysteem te ontwikkelen waarbij het gebruik en de afhankelijkheid van (synthetische) gewasbeschermingsmiddelen voor de onderzochte organismen substantieel vermindert.

Doel van het project

De inzet van MMIP A2 is een land- en tuinbouw in Nederland in 2030 die bestaat uit een duurzame, economisch volhoudbare plantaardige productie op een gezonde bodem, waarin ziekten en plagen veel minder kansen krijgen. In de visies op gewasbescherming van de overheid, bedrijfsleven en NGO’s, en volgens het Uitvoeringsprogramma “Toekomstvisie gewasbescherming 2030”, staan we voor een transitie van de land- en tuinbouw. Dit heeft ook zijn weerslag op de fruitteelt. De fruitsector wil zich goed voorbereiden op de toekomst en streeft naar een verdere verduurzaming van de teelt, waarbij gezonde gewassen, behoud van natuur en biodiversiteit, en een duidelijke economisch perspectief centraal staan. In de praktijk zijn er echter hindernissen en beperkingen om de gewasbescherming in de fruitteelt verder te ontwikkelen en verduurzamen (zowel in de geïntegreerde als de biologische fruitteelt). Het meerjarig karakter van de teelt, waardoor ziekten en plagen zich kunnen opbouwen, resistente rassen die mondjesmaat beschikbaar komen, maar waarbij resistenties soms ook weer doorbroken worden, en de grote afhankelijkheid van het klimaat zijn hierin belangrijke factoren. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar het gedeeltelijk overkappen van de appelteelt (project Beschermde Fruitteelt). Dat systeem biedt oplossingen voor een aantal belangrijke schimmelziekten, maar overkapping is in veel situatie niet mogelijk of ongewenst. Voor biologische bedrijven en voor veel gangbare bedrijven is het zaak om ook oplossingen te vinden voor een niet-overkapte teelt.

Relatie met missie (Motivatie)

Dit onderzoek draagt bij aan missie A2: een gezonde, weerbare bodem‐ en teeltsystemen, gebaseerd op agro‐ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond‐ en oppervlaktewater. Het betreft een voorstel met een integrale systeemaanpak, gericht op handelingsperspectief voor telers, met een duurzame bodem als basis en gebruik makend van een gewasbeschermingsstrategie waarbij de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen wordt verminderd. De innovatie is kansrijk omdat gebruik gemaakt wordt van maatregelen en systeemonderdelen die bekend zijn, waarbij de nadruk ligt op het toepasbaar maken in een geïntegreerd systeem.

Geplande acties

Systeemaanpak schurft
Schurft is een ziekte waar wereldwijd al tientallen jaren aan wordt gewerkt. Er zijn veel maatregelen
ontwikkeld die bij kunnen dragen aan de beheersing van de ziekte. Met de begeleidingscommissie worden scenario’s voor een systeemaanpak opgesteld. Hierbij worden de belangrijkste beperkingen en hindernissen van de geïntegreerde en biologische schurftbestrijding in beeld gebracht (jaar 1 en 2). Specifieke individuele maatregelen worden onderzocht en getest om de belangrijkste beperkingen en hindernissen op te lossen (jaar 1, 2, 3). In het derde en vierde jaar worden de verschillende beheersingsstrategieën onderzocht en getest op het niveau van boomgaardsysteem.

Systeemaanpak appelbloesemkever
Voor appelbloesemkever is de verwachting dat een wegvangmethode het meest in aanmerking komt als duurzame additionele bestrijdingsmaatregel. In de eerste fase worden verschillende valtypen ontwikkeld en getest (jaar 1 en 2). Parallel daaraan worden andere niet-chemische middelen en methoden onderzocht die
(deels) zijn ontwikkeld voor verwante plagen als de katoensnuitkever en de taxuskever (jaar 2, 3). Nadat de belangrijkste maatregelen zijn geïdentificeerd en (waar nodig) getest, worden ze toegepast in boomgaardsystemen waarbij wordt vastgesteld of de bestrijdingsmaatregelen in combinatie met andere (natuurlijke) sterftefactoren tot een afdoende beheersing van de plaag leiden (jaar 2, 3, 4).

Systeemaanpak perenknopkever
In het onderzoek heeft perenknopkever tot nu toe veel minder aandacht gekregen dan appelbloesemkever. Voordat aan beheersingsmaatregelen kan worden gewerkt, zal een aantal basale vragen over de biologie en de natuurlijke bestrijding van de perenknopkever moeten worden beantwoord (jaar 1 en 2). Vervolgens kan, analoog aan appelbloesemkever, gewerkt worden aan bestrijdingsmaatregelen en een geïntegreerd systeem van beheersing van de plaag (jaar 2, 3 en 4). De verwachting is dat oplossingen die voor appelbloesemkever ontwikkeld worden, deels ook toepasbaar zijn voor de beheersing van perenknopkever.

Werkplan
• Inventarisatie bestrijdingsmaatregelen en ontwikkelen strategieën (2021-2022).
• Toetsen van strategieën in experimenten en vullen van kennishiaten (2022-2024).
• Optimaliseren en toetsen strategieën in de praktijk (2023-2025).
• Ontwikkeling, optimalisatie en testen van val voor massavangst ABK. Vanaf jaar 2 veldproeven op praktijkschaal om totaaleffect te meten (2021-2024).
• Testen overige bestrijdingstechnieken ABK (2022-2024).
• Onderzoek over biologie van PKK (2021-2022).
• Ontwikkeling en testen van bestrijdingsmaatregelen voor PKK (2022-2024).
• Kennisoverdracht (2021-2025).

Naam projectleider

Marcel Wenneker
Terug