Total use van organische reststromen: groeimedia, grondverbeteraars, veenvervanging en koolstofopslag

Total use van organische reststromen: groeimedia, grondverbeteraars, veenvervanging en koolstofopslag

Aantal projecten

1

Organisatie onderdeel

WR-cap AF

Project code

LWV20034

Primaire MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A3. Hergebruik organische zij- en reststromen

Start datum

01/01/21

Eind datum

31/12/26

Samenvatting

Ons consortium van bedrijven en kennisinstellingen gaat, vanuit een overkoepelende visie op circulariteit, veen als ingrediënt in potgronden en perspotten voor de glastuinbouw vervangen door lokale organische zij en reststromen. De in Nederland beschikbare zij en reststromen zijn zonder verdere verwerking matig geschikte veenvervangers door onder andere te hoge zoutlast en lage stabiliteit door te snelle biologisch afbraak. Het toevoegen van waarde (kwaliteit) aan verschillende organische reststromen gebeurd met nieuwe technieken die onder andere watergedrag en stabiliteit verbeteren. Dit leidt tot hergebruik van organische reststromen als groeimedia en grondverbeteraars. Dit leidt, door de toegevoegde kwaliteiten, ook tot afscheid van veen als belangrijke maar niet-duurzame grondstof. Tenslotte leidt de stabilisatie van organische reststromen, bij hergebruik in grond, tot koolstofopslag die geldt als een negatieve CO2-uitstoot. Dus bovenop de footprint verlaging die ontstaat door het intact laten van natuurlijke veengebieden, komt een bijdrage van de tuinbouw aan het verlagen van koolzuurgasemissie. Zo ontwikkelen wij een regeneratief substraatsysteem met een positieve footprint, gebaseerd op Total Use van organische zij en reststromen uit de glastuinbouw en andere agrarische sectoren.

Doel van het project

Het Doel van dit project is het vervangen van het gebruik van fossiele natuurlijke venen als groeimedium in de tuinbouw door een Total Use gebruik van organische zij- en reststromen.

Relatie met missie (Motivatie)

Vijf organische restproducten (gewasresten of zijstromen zoals grasvezel, gebruikte groeimedia, houtig snoeiafval, dierlijke mest en hennepresten) krijgen door ons project een hoogwaardiger toepassing als groeimedium door een waarde verhogende bewerking (uitwassen, neutraliseren, verduurzamen en binden). Hiermee draagt ons project bij aan de missie kringlooplandbouw (MMIP A3: Hergebruik organische zij- en reststromen, Prioriteit 6: Ontwikkelen van robuuste systeemoplossingen voor nieuwe grondstoffen voor meervoudige verwaarding, Total Use).

Geplande acties

Er zijn vier werkpakketten met in elk werkpakket één producent van een uniek materiaal. De materialen zij; een houtvezel/compost mengsel; biochar (voedingsarme grove biochar delen voor groeimedia, ook in combinatie met biostimulanten); ecochar (voedingsrijke fijne biochar delen voor grondverbetering) en hennepvezelmat (deels als steenwolvervanger). Naast de vier productiebedrijven zijn er drie potgrondfabrikanten betrokken om de materialen eerst in de markt te testen en zo mogelijk daarna ook te vermarkten. Tenslotte zijn TNO en WUR betrokken als onderzoeksbedrijven voor ontwikkeling en controle van de nieuwe materialen.

SMART:
• Opwaarderen van bestaande stromen van organische restproducten. De betrokken bedrijven zamelen deze restproducten al in maar verdienen nu voornamelijk geld aan het inzamelen bij de bron, niet bij de afzet. Door het door bewerking toevoegen van waarde aan al bestaande afvalstromen is dus een effectieve manier om de bedrijfsvoering te verbeteren. De ambitie is vier toepassingen te ontwikkelen die elk meer dan 100.000 m3/jaar kunnen gaan leveren. De reden om een volume per jaar te noemen, is te voorkomen dat kosten gemaakt worden voor kleine stromen die qua veenvervanging (in Nederland 4 Mm3/jaar) geen hout snijden.
• Veenvervanging door een materiaal dat kwalitatief niet meer onderdoet voor veen. De vervanging is 1m3 veen per m3 geproduceerd alternatief.
• Een wezenlijke bijdrage aan verlaging van de koolzuurgasuitstoot door veengebruik. Dat is een emissieverlaging van 200 kg CO2 per m3 geproduceerd alternatief.
• Een verlaging van de netto koolzuurgasemissie bij het gebruik van groeimedia. Bij hergebruik in volle grond is er (na enige jaren) een opslag toename van 2% organische stof (6 kg/m2 dat is 12 kg koolzuurgas per m2) bij een dosering van over de jaren van 300 liter/m2. Dat is een negatieve emissie van 40 kg CO2 per m3 (100 kg) biochar.
• Productiefaciliteiten voor het opwaarderen van organische reststoffen. Omdat het hier gaat om bulkproducten zullen wereldwijd en soms zelfs in Nederland uiteindelijk meerdere gelijke productiefaciliteiten worden geplaatst om transportkosten laag te houden.
• Een verlaging van transportbewegingen. Veen en kokos worden per boot en as aangevoerd naar Nederland. Houtproducten kunnen in beginsel lokaal ingekocht worden maar komen in de praktijk vaak ook vanuit andere landen. Lokale afvalstromen bestaan al dus het aantal transportbewegingen bij vervanging van veen (kokos en hout) zal afnemen.

Het algemene actieschema voor de vier werkpakketten ziet er als volgt uit:
Jaar1 J2 J3 J4
K1 K2 K3 K4
Activiteit1. Criteria
Activiteit2. Grondstoffen
Activiteit3. Productie
Activiteit4. Mengen
Activiteit5. Teelt
Activiteit6. Rapportage
Activiteit7. Markt en business case
De rode balk is een Go /No Go moment (afgelopen Februari 2022 heeft de begeleidingscommissie een GO gegeven).

Aantal projectleiders

1

Naam projectleider

Chris Blok
Terug

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.