Ziektewerenheid in de champignonteelt

Ziektewerenheid in de champignonteelt

Aantal projecten

1

Organisatie onderdeel

WR-cap TU

Project code

1509-050

Primaire MMIP

Landbouw, Water, Voedsel>A. Kringlooplandbouw>A2. Gezonde, robuuste bodem en teeltsystemen gebaseerd op agro-ecologie en zonder schadelijke emissies naar grond- en oppervlaktewater

Start datum

01/01/16

Eind datum

31/12/20

Samenvatting

Champignons worden geteeld op compost, gemaakt van mest rijk aan tarwestro en gips, waarop een laag dekaarde is aangebracht, voornamelijk bestaande uit veen. Met het veen komen ziekteverwekkers van de champignon mee, waarvan Pseudomonas soorten die vlekken (blotch) veroorzaken, de belangrijkste zijn. Pseudomonas-bacteriën vormen een belangrijk aandeel in de totale populatie kweekbare bacteriën van het champignon-productiesysteem (≤50% in dekaarde en ≤ 70% op champignons). Er zijn ook groepen Pseudomonas-bacteriën die een positieve rol spelen in de teelt (zgn. “beneficials”) en die onmisbaar zijn bij de knopvorming van champignons en onderdrukking van ziekteverwekkers.
Dit project beoogde factoren vast te stellen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van blotch en kennis te ontwikkelen om blotch te leren beheersen. Daarbij is onderzoek gedaan naar de weerbaarheid van veen gebruikt uit verschillende veengebieden, het effect van duurzame alternatieven voor veen op het ontstaan van blotch en de gevoeligheid van verschillende cultivars voor de veroorzakers van blotch.

Doel van het project

In het project is vastgesteld dat vooral P. gingeri, P. tolaasii en P. salomonii verantwoordelijk zijn voor ‘blotch’ in (Noord-West) Europa. Daarnaast zijn er andere bacteriesoorten gevonden die ‘blotch’ kunnen veroorzaken, waaronder soorten die nog niet eerder waren beschreven, zoals P. yamanorum, P. edaphica, Serratia liquefaciens, S. proteamaculans en Pantoea soorten. Er zijn voor detectie van de drie belangrijkste blotch veroorzakers specifieke (kwantitatieve) TaqMan assays ontwikkeld. Deze zijn niet alleen belangrijk waren voor het onderzoek naar biologie en bestrijding van de ziekteverwekkers, maar kunnen ook gebruikt kunnen worden om veen te controleren op besmettingen. In kleinschalige teelt experimenten werd aangetoond dat P. gingeri al bij lagere dichtheden blotch veroorzaakt dan P. salomonii, onafhankelijk van het type dekaarde dat gebruikt werd. Verder werd aangetoond dat dekaardes die waren samengesteld uit veen van verschillende veenvelden, relatief kleine verschillen in de weerbaarheid tegen blotch laten zien. Tijdens opeenvolgende oogsten (“vluchten”) van champignons van een dekaarde wordt er steeds minder blotch gevonden, dit terwijl de pathogeendichtheden wel stijgen. De groeiende weerbaarheid in de doorgroeide dekaarde van latere vluchten bleek (via extracten) overdraagbaar naar dekaarde uit de eerste vluchten. Via analyses van de totale populaties micro-organismen (microbioom) werden bacteriegroepen geïdentificeerd die gerelateerd zijn aan deze weerbaarheid. Schimmels konden daarentegen moeilijk gerelateerd worden aan weerbaarheid.
Veen wordt gewonnen van velden in Duitsland of Oost-Europa, waardoor kwetsbare natuurgebieden met een hoge biodiversiteit verloren gaan. Ook komt door de winning en het transport van veen veel CO2 vrij. Er is daarom binnen het project gekeken naar alternatieve substraten zoals restproducten uit de landbouw en uit natuurbeheer (gewasresten, maaisel), veenmos geteeld op gedegradeerde veenvelden en ook naar het hergebruik van (gestoomde) doorgroeide dekaarde. Gebruik van een mengsel van 50% grasvezels en 50% veen leidde tot een ca. 10% lagere productie, maar kon, afhankelijk van de voorbewerking, ook voor een lagere blotch incidentie zorgen. Met name gebruik van gestoomde, gefermenteerde grasvezels resulteerde in een lage ‘blotch incidentie’. Gebruik van een mengsel van 25% veenmos en 75% veen gaf ruwweg dezelfde resultaten als 100% veen. Een mengsel van 30% (gestoomde) hergebruikte dekaarde en 70% veen gaf dezelfde opbrengst als 100% veen maar een lagere ziekte-incidentie. Tenslotte werd de weerbaarheid van verschillende champignon cultivars met elkaar vergeleken. Kastanje champignons bleken i.h.a. minder vatbaar dan witte champignons voor blotch. Binnen de groep van witte champignon cultivars, gaf er één zowel een hogere opbrengst als een lagere blotch incidentie. De champignons bleken tijdens de groei hun eigen microbioom te genereren zowel in de dekaarde als op de hoed; de samenstelling van het microbioom was daarbij afhankelijk van het cultivar.

Relatie met missie (Motivatie)

A. Kringlooplandbouw. Door gebruik van lokaal geproduceerde restproducten uit de landbouw en natuurbeheer, nl. (gefermenteerd) maaisel uit natuurgebieden en graslanden, veenmos uit gedegradeerde veenvelden en toepassing van gebruikte dekaarde wordt de uitstoot van vervuilende en vermestende stoffen (champost) naar grond en oppervlaktewater teruggebracht en stikstofdepositie verminderd (MMIP A1). Veenafgraving, met als gevolg het verloren gaan van kwetsbare ecosystemen wordt sterk verminderd (MMIP A2 en A5). Zij- en reststromen worden hergebruikt (MMIP A3).
B. Klimaat neutrale landbouw en voedselproductie. Ook wordt de uitstoot van CO2 die vast ligt in veenvelden beperkt, alsmede de CO2 die vrijkomt bij grote afstand transport van bulk hoeveelheden veen.
Kennis over het gebruik van alternatieven voor veen is ook interessant voor de tuinbouw (potplanten). Daarnaast geeft onderzoek aan biostimulanten meer inzicht in de toepasbaarheid hiervan voor het vergroten van kwaliteit en opbrengst.

Geplande acties

Het hoofddoel van dit project was het vinden van indicatoren die bepalend zijn voor de weerbaarheid van dekaarde tegen blotch veroorzakende pathogenen van de champignon. De kennis zal worden gebruikt om de kwaliteit van (grondstoffen van) dekaarde te controleren en de weerbaarheid van de dekaarde tegen ziekteverwekkers van de champignon te verhogen.
Dit project leverde de volgende producten en kennis op
- specifieke diagnostische methoden (TaqMan assays ontwikkeld die zowel in het onderzoek als bij de kwaliteitsbewaking van dekaarde en de grondstoffen voor dekaarde gebruikt (kunnen) worden.
- Inzicht in de variatie van het microbioom in verschillende dekaardes tijdens de teelt van champignons
- Moleculaire en fenotypische karakterisering van stammen van Pseudomonas die blotch kunnen veroorzaken.
- Kennis over de fysisch-chemische samenstelling van dekaardes
- Kennis over de schadedrempels voor blotch veroorzakende Pseudomonas soorten
- Kennis over de invloed van dekaarde op ziekteontwikkeling
- Inzicht in de rol van de ziekteontwikkeling tijdens de verschillende de verschillende fasen van de champignonteelt
- Kennis over de gebruikswaarden van dekaardes die (gedeeltelijk) zijn samengesteld uit alternatieven voor veen
- Kennis over de gevoeligheid van champignonrassen voor ‘blotch’
- Publicaties in wetenschappelijke en – vaktijdschriften
- Presentaties voor vakgenoten en gebruikers van de kennis

Terug

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.